Stuk 773 (2020-2021) - Nr. 1

Verslag Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport van 23 februari 2021

773 (2020-2021) Nr.1 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZITTING 2020-2021 23 FEBRUARI 2021 HOORZITTING Level 5, Jubilee, Permanent, Engament en individuele kunstenaars in het voormalige Actirisgebouw SAMENVATTEND VERSLAG uitgebracht namens de Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport door mevrouw Carla DEJONGHE Hebben aan de werkzaamheden deelgenomen: Vaste leden: mevrouw Lotte Stoops, voorzitter, mevrouw Carla Dejonghe, de heer Mathias Vanden Borre Plaatsvervangers: mevrouw Soetkin Hoessen, mevrouw Els Rochette Andere leden: de heer Jan Busselen, de heer Pepijn Kennis Verontschuldigd: mevrouw Bianca Debaets, mevrouw Khadija Zamouri 1663 2 – Dames en heren, Op dinsdag 23 februari 2021 organiseerde de Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport een hoorzitting over Level 5, Jubilee, Permanent, Engament en individuele kunstenaars in het voormalige Actirisgebouw. Mevrouw Carla Dejonghe wordt aangeduid als verslaggever. 1. Uiteenzetting Olaf Winkler stelt Level Five voor. Level Five is een vzw en telt in totaal ongeveer 84 kunstenaars. Op dit moment zijn er 144 kunstenaars op de 2 verdiepingen en staan er nog 150 kunstenaars op de wachtlijst. Dat is een relatief grote groep die bestaat uit visuele kunstenaars, beeldhouwers, video- en filmmakers, schilders, maar ook architecten, journalisten, docenten van verschillende scholen, onder andere van Sint-Lucas en het KASK, sociale en artistieke onderzoekers en 18 andere organisaties. Voor de pandemie organiseerde Level Five relatief veel activiteiten. Nu zijn er nog veel online-evenementen via Zoom en er worden films getoond. Na een filmpje dat een korte visuele indruk van de ruimtes geeft, neemt de heer Rob Ritzen het woord. Hij legt uit hoe Level Five daar terecht is gekomen. De 2 verdiepingen zijn ontstaan uit 2 dynamieken. De 6de verdieping is een groep die vooral uit de Noordwijk komt. Die kunstenaars zaten in de voormalige WTC-toren waar ze een verdieping huurden in overleg met de eigenaar. De 5de verdieping is een samenstelling van verschillende groepen die voornamelijk in het gebouw in de Manchesterstraat in Sint-Jans-Molenbeek zaten. In dat privégebouw dat niet echt in goede staat was, organiseerden de kunstenaars zelf hun ateliers. Toen het gebouw werd verkocht aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moesten de kunstenaars vertrekken, terwijl de uiteindelijke bestemming niet veranderde. In de toekomst zouden er opnieuw ateliers moeten komen. Het is jammer dat de kunstenaars niet bij dat gesprek werden betrokken. Op hetzelfde moment, in 2019, moesten die 2 groepen kunstenaars die al lange tijd samenzaten, op zoek gaan naar een plek voor hun gemeenschap. Op dat moment was er niet veel voorhanden. Willens en wetens zijn ze in het Actirisgebouw beland. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft dat gebouw verkocht aan de private ontwikkelaar. De kunstenaars wisten uit eigen ervaring en uit ervaring van kunstenaars-vrienden en organisaties dat het geen ideale situatie is, maar ze wilden een stap zetten naar meer zelfstandigheid en duurzaamheid. Ze hebben die kans genomen om zich te organiseren en de nood voor betaalbare en duurzame werkruimtes op de agenda te zetten. Tachtig kunstenaars hebben zich georganiseerd in de vzw Level Five. Dat bood de mogelijkheid om een hele verdieping te huren. Het was een hele organisatie, maar die maakte ook veel energie bij iedereen los. Zeker in het begin hebben ze samen aan de verdieping gebouwd en beslissingen genomen over de vormgeving van de ruimtes. Nu is het 2 jaar later en moeten ze deze zomer een andere plek zoeken, ook al zou Level Five zou zijn activiteiten heel graag willen voortzetten. Kunstenares Sirah Foighel Brutmann komt oorspronkelijk uit de podiumkunsten, maar de laatste 15 jaar werkt ze aan bewegende beeldinstallaties. Ze werkt samen met haar partner Eitan 3 – Efrat en ook in een kleine kunstenaarsorganisator Messidor vzw en in de ondersteuningsgroep Engagement Arts die seksisme en seksuele intimidatie in de artistieke sector wil aanpakken. De kunstenaars schetst de interne organisatie van Level Five. Ze wijst erop dat de manier waarop Level Five is georganiseerd, al een antwoord geeft op de vraag hoe de kunstenaars zich graag zouden willen organiseren. Het belangrijkste is dat het creëren van een systeem waar collectief beslissingen genomen kunnen worden. De leden komen de 5de van elke maand samen voor een forum. Voorafgaand daaraan delen mensen hun bezorgdheden mee en die worden dan behandeld. Een stuurgroep die bestaat uit 10 mensen, behandelt de zaken die niet kunnen wachten tot de 5de van elke maand. Als er probleem is, kunnen de leden iemand van de stuurgroep aanspreken. Elke huurder van de verdieping betaalt een bijdrage van 25 euro, een soort lidgeld, dat is bedoeld voor de gemeenschappelijke kosten: koffie, thee, rijst, olijfolie en toiletpapier. Met dat geld leggen ze ook een kleine pot aan waarmee ze elkaar steunen, bijvoorbeeld als iemand het moeilijk heeft. Dat is heel belangrijk in deze rare coronatijden. Dat systeem heet careweb. Iemand die de volledige maandhuur niet kan betalen of een moeilijke financiële maand(en) heeft, kan een aanvraag indienen voor die steun. Door de bijdrage van 25 euro creëren ze dus een beetje meer zekerheid voor elkaar. Level Five zet eaansluiten. Zoals gezegd is er een lange wachtlijst. De verdieping probeert daarbij te zorgen voor diversiteit. Iedereen die een aanvraag indient om lid te worden van Level Five, kan beslissen om een positieve actie te nemen. Bij het toelaten van nieuwe leden wordt er rekening gehouden met het profiel, de praktijken die er al op de verdieping zijn, de culturele achtergrond, de talen en uiteraard de genderdiversiteit. Corona betekende een uitdaging voor de activiteiten van Level Five. Persoonlijk heeft de spreker het volgehouden tijdens deze eenzame periode door het gemeenschapsgevoel: de steun, de zorg en de bekommernis van andere mensen op de verdieping waren heel belangrijk om het hoofd boven water te houden. Veel mensen op de verdieping en in het algemeen voelen dat op dezelfde manier. Level Five heeft een open studio die ook toegankelijk was voor mensen van buitenaf. Maar tijdens corona werd die als een online-evenement georganiseerd waar kunstenaars met elkaar hun processen en eventueel hun afgewerkte werken kunnen delen. Verder is er de radioshow, Radio Level Five, waar wekelijks gesprekken met kunstenaars op van de verdieping worden uitgebracht. Die zijn te volgen via een podcastapp. Blue Screen is het maandelijkse screeningprogramma, dat online beschikbaar is, gevolgd door een gesprek. In coronatijd nemen er kunstenaars van de 5de verdieping aan deel. De Salon Sale biedt kunstenaars de mogelijkheid om hun werk te verkopen, met een contributie voor de commons: 50% van alle verkochte werken blijft in de Level Five-gemeenschap om die in staat te stellen steun te blijven geven en te investeren in de gemeenschap (niet noodzakelijk het fysieke gebouw). De verdieping telt ook een aantal kunstenaarsorganisaties. De meeste organisaties die op de 5de verdieping werken, doen dat omdat de kunstenaars dat ook doen. 4 – De heer Aernoudt Jacobs komt van Overtoon, een platform voor geluidskunst. Al zolang dat dat platform bestaat, zijn de medewerkers voortdurend op zoek geweest naar ruimte. Op die manier heeft zich een informele, solidaire groep kunstenaars en organisaties gevormd die allemaal op een gegeven moment op zoek zijn naar huisvesting. Dat is een moeilijke zoektocht, gezien de woelige en complexe Brusselse vastgoedmarkt. De groep functioneert als een precaire, maar wel op de lange termijn gerichte verbintenis tussen kunstenaars en organisaties. De groep is minder formeel dan Level Five. Ondersteund door de verschillende kunstenaarspraktijken treedt Overtoon op als organisator van de verdieping en zoekt het platform naar mogelijke locaties. Aangezien Overtoon, in tegenstelling tot andere organisaties, structureel gesubsidieerd wordt, beschikt de vereniging over langetermijnmiddelen. De vereniging begon in de Vaartstraat, samen met het collectief Wolke. Toen het gebouw werd verkocht, werd er met succes over een tijdelijke oplossing onderhandeld met de nieuwe eigenaar. Twee jaar later kwam Overtoon terecht op de 25ste verdieping van de WTC-torens, met een groep van een 60-tal kunstenaars die actief mee zoeken naar een volgende plek waar ze terechtkunnen. Toen WTC verkocht werd aan Besix, moest het hele gebouw ontruimd worden. Beeldend kunstenaar en performancekunstenaar, Gosie Vervloessem, deelt een atelier met 5 anderen, allen gelieerd aan A.pass Research Center in Sint-Jans-Molenbeek. Ze is lid van de artistic board van wpZimmer, een kunstenwerkplaats en residentieplek in Antwerpen, en daarnaast is ze heel actief binnen het platform State of the Arts. Ze zegt dat elke nieuwe verhuizing weer een hele dynamiek doet ontstaan. Op de 25ste verdieping van de WTC-torens kregen ze bijvoorbeeld gaandeweg het gezelschap van de architectuurafdeling van LUCA School of Arts. Hetzelfde gebeurt nu in het Actirisgebouw. Het gaat hier inderdaad om een informelere groep dan Level Five, die daarnaast ook een aantal initiatieven host. Zo hangt de geschiedenis van het platform State of the Arts heel nauw samen met die van de aanwezige kunstenaars. Dankzij hun maandelijkse solidaire huurbijdrage kunnen platformen als State of the Arts hier gratis vergaderen. Aansluitend legt de heer Aernoudt Jacobs -of–gebouwen zijn. Daardoor wordt opnieuw een bepaald proces in dat gebouw op gang gebracht. Het negatieve daaraan is dat dat een gentrificatieproces met zich meebrengt. Er zijn ook nooit langetermijngaranties in de zoektocht. Nu er met Level Five een grotere groep is gevormd, die meer gewicht heeft, bestaat er een nieuwe dynamiek om eens op een andere manier naar huisvesting te kijken. De heer Olaf Winkler verbazing dat de kunstenaars in de eerste weken veel werk hebben verricht, zowel op de 5de als op de 6de verdieping, om de ruimtes echt naar hun hand te zetten. Dat heeft hem geholpen om zich er thuis te voelen. Er zijn nu veel gemeenschapsruimtes, naast individueel aangepaste ekost, maar het resultaat is heel fijn. Daarom zoeken ze nu iets waar ze heel lang kunnen blijven. 5 – Om een globaler beeld te schetsen, geven 3 Engelstalige kunstenaars een getuigenis. De 1ste is danser-choreograaf Eyas Almokdad, die op de 6e verdieping resideert. De heer Eyas Almokdad komt oorspronkelijk uit Syrië en woont nu 10 jaar in België. Hij behaalde een advanced master in Transmedia aan LUCA School of Arts en rondt nu zijn 2de master af aan de filmopleiding van het KASK in Gent. Vier jaar lang werkte hij in zijn eentje thuis als kunstenaar, tot hij mentale problemen kreeg en naar een coworkingruimte op zoek ging. Via vrienden kwam hij bij het collectief terecht. Iedereen is heel participatief ingesteld en geeft feedback op elkaars werk. Discussies resulteren in nieuwe ideeën en films. Zijn werk situeert zich op de grens van documentaire en fictie. De postproductie gebeurt grotendeels op de 6de verdieping. De inspiratie werkt in beide richtingen: initiatieven en projecten van andere kunstenaars komen ook hem ten goede. Zo zijn er op de 6de verdieping 22 bioscoopstoeltjes, waar unieke films aan een groter publiek kunnen worden getoond, waar filmmakers meetings kunnen houden, premières kunnen organiseren enzovoort. Deel uitmaken van deze gemeenschap geeft een gevoel van veiligheid en stabiliteit. Het geeft kracht en moed om omringd te zijn door energie en creatieve input. Weten dat je, ook in coronatijden, terechtkunt in je eigen studio en daar altijd met inachtneming van alle coronamaatregelen anderen zult kruisen, resulteert in mooi, sterk werk. Het is goed om deel uit te maken van een groter plaatje, een grotere gemeenschap. studeerde aan het KASK. Ze was artist in residence bij Overtoon en werkt als geluidskunstenaar, voornamelijk voor animatiefilms. Tijdens haar residentie werkte ze in dit gebouw voor La Semaine de la Son, nu huurt ze een studio van hen. Dat biedt haar connectie met een groter netwerk van kunstenaars en organisaties, maar geeft haar ook gemakkelijker toegang tot de Brusselse maatschappij. Ze legt uit over welke ruimtes de artiesten beschikken. Er is niet alleen de cinema, maar daarnaast bevindt zich ook een gemeenschappelijke ruimte die gebruikt wordt voor installaties, repetities en (in pre-coronatijden) ook concertjes. Het is een semipublieke ruimte waar werk kan worden getoond dat anders verborgen zou blijven. In de lunchruimte kunnen workshops en discussies plaatsvinden. Alle ruimtes zijn moduleerbaar. Dat is belangrijk voor de kunstenaarspraktijken, maar ook voor het stadsweefsel daarbuiten. Dit kunstenaarsnetwerk is een enorme aanwinst voor de stad zelf, het verandert de stedelijke dynamiek. De spreker werkte vlak voor de eerste lockdown bijvoorbeeld als geluidsartieste mee aan een theaterstuk met komen repeteren. De centrale ligging van het gebouw is daarvoor ideaal. De heer Kevin Gallagher van Level Five is geboren in de VS en werkt aan sculpturen en installaties. Via een omweg over Nederland (waar hij een masterprogramma volgde en in residentie was in Amsterdam) kwam hij 4 jaar geleden in Brussel terecht. Hij ziet de stad als een interessant kruispunt van cultuur, zowel Europees als ruimer internationaal. Meteen na aankomst in Brussel betrok hij samen met zijn partner, de schilder -run exhibition Kantine uit de grond stampten. Samen met Julie Patard van Level Five heeft hij onlangs de website een totale make-over gegeven. Sinds het voorjaar van 2018 hebben ze 17 tentoonstellingen opgezet met lokale en internationale kunstenaars. In 2019 trokken ze in bij kunstenaars kunnen tentoonstellen. Sinds ze in Level Five zitten, hebben ze al 11 shows georganiseerd, de laatste met Batsheva Ross, ook van Level Five. – 6 – ze nauw samen met de kunstenaars die ze uitnodigen en die volledige artistieke vrijheid krijgen. Dat resulteert soms in heel experimentele tentoonstellingen. Hun interesse gaat uit naar artiesten die de dialoog aangaan met de context en naar hoe werk in de ruimte wordt gepresenteerd. Artiesten moeten niet alleen de kans krijgen om tentoon te stellen, maar ook zelf de organisatie over the oDe spreker hecht veel belang aan de zogenaamde met materialen, je vuil maken. Door die manier van werken stapelt het materiaal zich op. Om de zoveel jaar te verhuizen, maakt het ingewikkeld. Zelf zou hij zich als kunstenaar graag ergens settlen, waar hij naar hartenlust materiaal kan verzamelen. Door de heer Olaf Winkler wordt bevestigd dat het sterk afhangt van je praktijk als kunstenaar of het de moeite waard is om te verhuizen naar een tijdelijke stek. Voor wie bijvoorbeeld sommige kunstenaars is het belastend om telkens te moeten verhuizen. Kunstenaar Gosie Vervloessem woont en werkt intussen al meer dan 20 jaar in Brussel. Om de 3 of 5 jaar een nieuw onderkomen moeten zoeken is telkens weer een ongelooflijke Projectontwikkelaars kopen panden op, er wordt volop gespeculeerd, pop-upstores komen en gaan. Uit onderzoek blijkt ook dat kunstenaars vaak meer dan de helft van hun inkomen spenderen aan huur voor woon- en atelierruimte. Nochtans is werkruimte cruciaal om je praktijk te kunnen ontwikkelen en je plaats te vinden in een sociaal netwerk. Dagelijks naar je atelier kunnen komen en daar ruimte hebben om te werken, is essentieel. Het is ook wezenlijk anders dan een residentie: daar gaat het over een afgebakende tijd en plaats waarin je onderzoek doet of repeteert voor een welbepaald werk; een atelier is je thuis, je uitvalsbasis. Kunstenaars moeten kunnen communiceren met de buitenwereld. Door deel uit te maken van een grotere gemeenschap scheppen kunstenaars voor zichzelf de mogelijkheid om het publiek in contact te brengen met hun werk. Elke 3 à 5 jaar moeten verhuizen begint op den duur te wegen. De periodes voor tijdelijk gebruik worden ook almaar korter. r wordt ernstig is nagedacht over het ruimtegebruik en over hoe de ruimtes moesten worden aangepast, aldus de heer Olaf Winkler. De verschillende ruimtes en de variërende groottes ervan bieden de mogelijkheid om (post-corona) zowel te produceren als te tonen. Het doel is De heer Rob Ritzen bieden kunstenaars persoonlijke ruimte, maar daarnaast ook gezamenlijke en/of publieke ruimte. Bij het samenzijn draait het ook om elkaar ondersteunen in de individuele kunstenaarspraktijken. De verdiepingen in het voormalige Actirisgebouw zijn meer dan enkel een werkplek. De kunstenaars die de ruimte betrekken, proberen elkaar te helpen, in goede en in slechte tijden. Er is een organisatiestructuur tot stand gekomen. De bedoeling is ook om de ateliers open te stellen voor al dan niet professioneel erkende kunstenaars die een eigen praktijk hebben maar geen lid zijn van de huidige gemeenschap. In Brussel wonen internationaal bekende kunstenaars die overal ter wereld tentoonstellen naast kunstenaars die nog nooit tentoongesteld hebben. Iedereen steunt elkaar. Er is geen plaats voor 7 – onderlinge competitie of competitie met andere sociale groepen die ook op zoek zijn naar steeds schaarser wordende plek in de stad. Kunstenaars die niet lang op één plek kunnen blijven, zijn vaak niet ingebed in de wijken. Daardoor vervreemden ze van de omgeving, terwijl ze net meer deel moeten uitmaken van het stadsbeeld. De voorbije jaren is duidelijk geworden dat kunstenaars relatief veel zelf kunnen organiseren, benadrukt de heer Olaf Winkler. Het bestaande contract met Entrakt is niet voordelig. twistpunten of onduidelijkheden over de factuur. Tussenschakels zijn volgens de spreker niet nodig: als het gebouw wordt verbouwd, willen de kunstenaars die de verdiepingen betrekken, zelf optreden als verantwoordelijke. De kunstenaars die hun intrek hebben genomen in het oude Actirisgebouw, vormen een bijzonder internationale groep. Zo bestaat de kern van de radiogroep, die interviews en spreker zelf, een Duitser. 2. Bespreking Mevrouw Lotte Stoops (Groen) vond de beelden en verhalen verhelderend, en schaart zich volledig achter het principe van gemeenschapsvorming. Wat is de stand van zaken met betrekking tot het probleemcontract? De kunstenaars dreigen binnenkort nogmaals te moeten vertrekken. Wat zijn de plannen? Naast de commissie voorzitter vraagt commissielid Carla Dejonghe (Open Vld) vraagt zich af welke interactie er tussen de kunstenaars ontstaan is. Af en toe worden er gezamenlijke tentoonstellingen georganiseerd, maar zijn er ook andere vormen van samenwerking? De kunstgemeenschap heeft een lange wachtlijst en draagt diversiteit hoog in het vaandel. Welke criteria bepalen of kunstenaars al dan niet toegelaten worden, als professionele erkenning niet noodzakelijk is? Waarom besluiten sommige kunstenaars om de gemeenschap te verlaten? Enkele artiesten noemden Brussel een geweldige smeltkroes. Waarom kozen de overige artiesten voor onze stad? Komt dat doordat Brussel hoofdstad van Europa is, of door de artiesten die hier al gevestigd zijn? Overtoon legde uit dat er bij elke verhuizing een hele dynamiek tot stand komt. Welke interacties zijn er met andere bewegingen? De heer Olaf Winkler geeft aan dat veel samenwerkingsafspraken en contacten vanzelf ontstaan doordat iemand altijd wel nog iemand kent die ergens voor geknipt is. Mevrouw Arzu Saglam heeft aan het KASK een postgraduaatopleiding in geluidskunsten gevolgd. Weinig instellingen bieden die opleiding aan, waardoor de spreker in België is beland. Na haar studies verhuisde ze van Gent naar Brussel, een smeltkroes van interessante én 8 – geïnteresseerde mensen die willen delen, tonen en creëren. De Brusselse diversiteit en openheid zijn troeven die uitgespeeld moeten worden. De kunstenaar is actief in sound art. Toen Overtoon interesse toonde voor haar werk, belandde ze in haar huidige atelier in Brussel, waar zoveel creatives in de buurt zijn dat samenwerking als vanzelf ontstaat. Dat was meteen een reden om te blijven. Nadat de heer Kevin Gallagher tijdens zijn studies in Chicago een artiest uit Brussel had ontmoet, ontdekte hij dat Brussel een ideale plaats is voor kunstenaars om van gedachten te wisselen. Daarom besloot hij naar Brussel te verhuizen, want de interessantste uitwisseling vindt plaats tijdens gesprekken met mensen met verschillende moedertalen, opleidingen, achtergronden en denkbeelden over kunst. Zo heeft kunstenaarsgemeenschap Kantine het werk van artiesten uit een twaalftal landen tentoongesteld. De verschillende groeperingen staan in nauw contact met elkaar, herhaalt de heer Olaf Winkler, onder andere dankzij virtuele open studios. Er loopt net een expo van David Bernstein, een Amerikaan die ook naar Brussel is getrokken. Hij heeft 30 artiesten van binnen en buiten Level Five verzameld om indrukwekkende performatieve kunst te ontwerpen. Op Leden verlaten de kunstenaarsgemeenschap om persoonlijke redenen of omdat hun residency afloopt, waardoor het niet langer loont om de ruimte te behouden. Andere leden zitten door de Covid-19-maatregelen vast in het buitenland. Sinds de oprichting van Level Five is het ledenaantal wel gegroeid van 65 tot 84. Het zit nog steeds in stijgende lijn. Kunstenaar Sirah Foighel Brutmann voelt zich al meer dan 17 jaar thuis in Brussel. De leden van Level Five halen hun financiering bij verschillende bronnen en onderhouden verschillende samenwerkingsverbanden, verspreid over heel België. Kunstenaars delen echter hun netwerk. Die openheid maakt het mogelijk om elke andere kunstenaar aan te spreken voor informatie en potlood is enorm handig gebleken: het spaart tijd en geld uit. De geringe omvang van België en Brussel, stipt de heer Eyas Al-Mokdad aan, schept een sfeer die een pak losser is dan in grotere Europese hoofdsteden. Iedereen is gemakkelijk aanspreekbaar en dat moet zo blijven. Brussel is bijzonder. De heer Olaf Winkler is het daarmee eens en voegt toe dat er de voorbije jaren in sneltempo nieuwe kansen zijn ontstaan. De interactie ontstaat op natuurlijke wijze volgens de heer Aernoudt Jacobs. Toen Overtoon via-via in contact werd gebracht met de eigenaar van de WTC-toren, stond het gebouw helemaal leeg. Er was enkel één verdieping in gebruik voor onderhoud, zodat de staat van gebouw niet te veel zou verslechteren. meteen een heel andere dynamiek: andere nieuwsgierige organisaties gaan rondvragen en er ontstaat dialoog met architecten en Sint-Lucas. De dynamiek veroorzaakt dus een positieve spiraal, net als bij Cinemaximiliaan bij het Maximiliaanpark en de kunstenaars die solidair waren met de vluchtelingen bij WTC II. 9 – De aantrekkingskracht van Brussel, stelt de heer Olaf Winkler, is dat er zo veel mogelijk is. Die aantrekkingskracht mag niet verdwijnen. Kunstenaars moeten in het stadscentrum gevestigd zijn, niet in de periferie. Alleen zo profiteren ze van de dynamiek, en alleen zo profiteert de stad van de kunstenaars, want de artistieke initiatieven hebben een positieve impact gehad op de stad. De complexiteit van Brussel maakt het organisaties moeilijk om een vaste plek te vinden. Het zou een enorme hulp zijn als er een tool bestond die toegang tot bepaalde gebouwen verschaft, vindt de heer Aernoudt Jacobs. Het huidige contract, een bezetting ter bede, biedt weinig zekerheid, meent de heer Rob Ritzen. De maandelijkse huurprijs voor 2.000 m² bedraagt 7.000 euro. Per vierkante meter is dat zeer goedkoop. Het gebouw is echter erg oud. Bovendien komen er onverwachte uitgaven bij, aangezien Entrakt onderhoudskosten doorrekent aan de kunstenaarsgemeenschappen. De huurprijs en bijkomende uitgaven vormen een financiële domper. Er is weinig ruimte om mensen eerlijk te betalen voor het administratieve werk dat ze leveren. Gelukkig is er dankzij samenwerking veel mogelijk. Level Five verzorgt bijvoorbeeld zelf zijn boekhouding, het gaat om 250.000 euro per jaar. De spreker legt uit dat een verhuizing veel teweeg brengt, terwijl de mensen liever met de praktijk bezig zouden zijn. In werkgroepen wordt er gesproken met organisaties zoals City Depth die mogelijkheden voorstellen, die dan achteraf toch niet mogelijk blijken te zijn. Ontwikkelaars of eigenaars worden aangesproken over tijdelijk gebruik, maar dat wordt bemoeilijkt door taalproblemen of er wordt geaarzeld om de stap te zetten. De stad Brussel heeft een interessant voorstel gedaan over het De Ligne-gebouw, maar dat zou ook heel veel werk vragen. Daar zou het verblijf beperkt zijn tot 1 à 1,5 jaar en die termijn is te kort om echt iets op te bouwen. Hij besluit dat er dus nog geen zekerheid is over een andere plek, maar dat er wel hard aan gewerkt wordt. Hij merkt daarbij op dat ze daarvoor in Brussel in 19 verschillende gemeenten de dienst Patrimonium, de VGC en de Cocof omdat het over cultuur gaat en de regio’s wanneer het over infrastructuur gaat – moeten aanspreken. In het regeerakkoord van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat dat er een loket komt die de verschillende bestuursniveaus in gesprek met elkaar brengen over dit soort zaken en dat zou volgens de heer Rob Ritzen al heel erg helpen. De heer Olaf Winkler benadrukt nog eens dat een tijdelijke werkplaats voldoende lang beschikbaar moet zijn, omdat het anders niet haalbaar is. Bovendien moeten ze de organisatie zelf in handen kunnen hebben, omdat ze nu in een erg oncontroleerbare situatie zitten. De heer Pepijn Kennis (Agora) merkt op dat een aantal voorstellen van hun eigen burgerraad ook over tijdelijk gebruik gaat. Hij begrijpt dat veel ruimtes benut kunnen worden dankzij een informeel netwerk van contacten. Hij vraagt zich af hoe hun relatie is met andere kunstenaarscollectieven of groepen die ruimtes zoeken, maar die niet de juiste contacten hebben. Helpen zij hen? Heel veel groepen zijn op zoek naar ruimte. De burgerraad vindt dat die ruimtes eerst moeten gaan naar de groepen die daar het meest nood aan hebben. Hoe verhoudt Level Five zich tegenover anderen die ook op zoek zijn naar ruimte, zoals bijvoorbeeld daklozen? 10 – De heer Rob Ritzen antwoordt dat hun organisatie zich ook richt op andere thema’s dan kunst of cultuur. Ze proberen open te staan voor andere organisaties. Ze houden zich niet bezig met de problematiek rond wonen, maar begrijpen wel dat daar een grote nood aan is in Brussel. Daarom zijn ze gestart met een project, genaamd Permanent, waarmee ze willen samenwerken met organisaties die inzetten op andere noden. Momenteel werkt Permanent samen met Community Land Trust Brussels, dat zich bezighoudt met sociale woningbouw, de VUB en Globe Aroma. Met Globe Aroma is er sprake van een goede wisselwerking, omdat zij hun netwerk met kunstenaars in de stad willen uitbreiden en Level Five meer wil gaan samenwerken met organisaties met sociale doeleinden. Mevrouw Els Rochette (one.Brussels-sp.a) is blij te horen dat er een samenwerking is met Globe Aroma. Die samenwerking kan zorgen voor een ander publiek naast het gekende netwerk via de school of opleiding. Ze vraagt zich af wat nu precies het probleem is met Entrakt. Blijkbaar zijn er problemen rond het contract en kost het allemaal veel geld. Hoe zou Level Five het zonder Entrakt willen organiseren? Zouden zij iemand extra in dienst nemen om alles te regelen? Moet de overheid optreden als tussenpersoon? De spreker wijst erop dat ze enkele vragen aan Brussels minister-president Rudy Vervoort heeft ingediend over het gebruik van tijdelijke ruimte, het onderzoek dat daarover werd gevoerd en het probleem van de versnipperde bevoegdheden. Ze heeft aan de Brussels minister-president gevraagd wat de volgende stappen zijn en hoe hij over Entrakt denkt. Het is uiteraard niet de bedoeling dat mensen zich commercieel gaan verrijken op de kap van kunstenaars die het al moeilijk hebben. De spreker sluit af met felicitaties voor het samenwerkingsmodel en hoopt dat er snel een goede nieuwe ruimte gevonden zal worden. Er wordt door de heer Rob Ritzen geantwoord dat er voor gewone huurcontracten vaak gewerkt wordt met standaardcontracten. Hij verwijst ook naar de stad Amsterdam, waar met een fonds gewerkt wordt voor de activering van gebouwen. Hij denkt ook aan gelijkaardige initiatieven in Brussel om aanbieders van ruimtes te overtuigen om de stap te zetten. De voornaamste reden dat kunstenaars Level Five verlaten, is omdat ze er geen geschikte ruimte kunnen vinden. Veel van de kunstenaars komen met hen in contact via hun school of opleiding, terwijl veel creatieve mensen in Brussel geen kunstacademie gevolgd hebben. Daarom is het belangrijk dat er in het toewijzingsbeleid van ruimtes niet alleen gewerkt wordt met een jury die het werk beoordeelt. Er wordt daarom ook gedacht aan een lotingsysteem, waarbij mensen van de wachtlijst worden uitgeloot om een studio toegewezen te krijgen. De heer Jan Busselen (PVDA) merkt op dat er in Brussel een groot tekort is aan creatieve ruimtes, maar ook aan sociale woningen. Daarentegen is er een overvloed aan kantoorruimte. Hij pleit voor verzet van onderuit om deze contradictie te bestrijden. Hij vraagt zich af of er al contacten gelegd zijn met de Vlaamse overheid over een leegstaande ruimte in Maalbeek. Zijn er goede voorbeelden van publiek beheer van artistieke ruimtes in andere steden, zoals Gent en Antwerpen? Hoe kan de VGC een actieve rol spelen in de ondersteuning van kunstenaars? De heer Olaf Winkler weet dat er een aantal contacten zijn geweest over leegstaande gebouwen, waaronder ook een gebouw in Maalbeek. Permanent doet aan internationale 11 – uitwisseling met gelijkaardige organisaties. In Gent kent hij ook gelijkaardige projecten. De heer Rob Ritzen vermoedt dat de heer Jan Busselen het heeft over het gemeenschapscentrum in Maalbeek. Ze hebben geprobeerd om daarover de Regie der Gebouwen te contacteren, maar vinden het moeilijk om met dergelijke diensten in contact te treden. Normaal gezien gebeuren de contacten op gemeentelijk niveau. Perspectief heeft gewezen op een aantal mogelijke ruimtes die in handen zijn van vastgoedontwikkelaars, die nog overtuigd moeten worden. Hij meent dat het gesprek gestart moet worden over hoe er kan worden samengewerkt tussen de administratieve niveaus zoals de VGC en het veld zelf en dan niet alleen met de gevestigde instellingen maar ook met organisaties van kunstenaars zelf. Er is vooral nood aan het leggen van verbindingen tussen het politieke niveau en de kunstenaars, maar ook aan inzichten over hoe alles in elkaar zit. Level Five maakt deel uit van de koepelorganisatie Vlaamse ateliers. In Luik is er Le Comptoir des Ressources Créatives. De heer Arnoudt Jacobs voegt nog toe dat er nood is aan een tool voor organisaties om ruimtes in Brussel te zoeken. Die zoektocht verloopt nu heel traag en is heel tijdrovend. Er is genoeg kennis om informatie over Brusselse gebouwen te bundelen en zichtbaar te maken. Bij de zoektocht naar gebouwen krijgen ze steevast de vraag of de kunstenaars taxen betalen. Het gevaar bestaat dat de verhuurder de taxen die hij moet betalen doorrekent aan de kunstenaars. Tenslotte laat de commissievoorzitter weten dat er een Taskforce Atelierbeleid werd opgericht. De voorzitter, Carla DEJONGHE ____________