STUK 3 (2021-2022) Nr.2

Verslag Commissie voor het Reglement van 29 september 2021

STUK 3 (20212022) -Nr.2 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZITTING 2021-20 29 SEPTEMBER 2021 REGLEMENT VAN ORDE Voorstel tot en 29, 60, 61 en 62 en invoering van artikel 60Reglement van Orde van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ingediend door de heer Fouad Ahidar SAMENVATTEND VERSLAG namens de Commissie voor het Reglement uitgebracht door de heer Mathias VANDEN BORRE Hebben a de heer Fouad Ahidar, voorzitter, mevrouw , de heer Mathias Vanden Borre, de heer Arnaud Verstraete Verontschuldigd: de heer Jan Busselen, mevrouw Bianca Debaets, mevrouw Carla Dejonghe, de heer Dominiek Lootens-Stael, mevrouw Els Rochette, mevrouw Lotte Stoops, mevrouw Cieltje Van Achter, de heer Guy Vanhengel, de heer Gilles Verstraeten, Khadija Zamouri 169 – Dames en heren, De Commissie voor het Reglement besprak in haar vergadering van woensdag 29 september 2021het voorstel tot wijziging van artikelen 29, 60, 61 en 62 en invoering van artikel 60bis van het Reglement van Orde van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, ingediend door de heer Fouad Ahidar 20) – De heer Mathias Vanden Borre 1.Toelichting door de heer Fouad Ahidar De indiener licht toe dat burgers terecht steeds meer verwachten van politici. Dat is meteen ook de reden waarom men in de Raad en in de andere parlementen bezig is met burgerparticipatie en waarom dit voorstel tot wijziging van het reglement is ingediend: om het parlementaire debat nog relevanter te maken. Dit voorstel is het resultaat van de ad hoc werkgroep parlementaire werking, die werd samengesteld na een nota van collega Hilde Sabbe,waarin ze haar ervaring als nieuw parlementslid omzette in een reeks voorstellen om het parlementair debat (nog) meer impact te geven. Over 2 voorstellen, de invoering van liteitsdebatten, bestond consensus in de werkgroep, Het opzet is wel dat deze 2 nieuwe methoden gedurende een jaar door de raadsleden zullen worden u Voor deze reglementswijziging werd vooral inspiratie gehaald uit de werking van het Vlaams Parlement, dochaangepast aan de context van de Raad. Wat het onderbrekingsrecht -wederwoord tegelijk sneller en ordentelijker te laten verlopen. Het wordt makkelijker een collegelid of collega te onderbreken met een opmerking of vraag. Tegelijk moet de spreker hiervoor openstaan en mag het nooit de bedoeling zijn in een chaotische scheldpartij terecht te komen of de discussie eindeloos te rekken. Het actualiteitsdebat vergroot dan weer de mogelijkheden om als Raad bredere debatten te houden over actuele thema’s. Ieder raadslid actualiteitsdebat kunnen neerleggen in het Uitgebreid Bureau, los van ingediende actualiteitsvragen. Een belangrijk verschil met het Vlaams Parlement is dat de spreektijden beperkt worden gehouden. Voor de onderbrekingen: 1 i.p.v. 5 minuten; voor de actualiteitsdebatten 10 i.. 15 minuten per fractie. Het verheugd de indiener dat aan dit voorstel werd meegewerkt over de grenzen van meerderheid en oppositie heen. Aangezien de meerderheid van de commissieleden niet aanwezig is, zal de stemming van het huidige voorstel geagendeerd worden op een volgende commissievergadering. – 2.Algemene bespreking Volgens e heer Arnaud Verstraete (Groen) geeft het voorstel tot reglementswijziging goed weer wat er in de ad hoc werkgroep is besproken. Mevrouw Hilde Sabbe heeft met haar nota ingespeeld op een gevoel dat ieder raadslid al wel eens gehad heeft. Het commissielid vindt het goed dat er een collectieve oefening van gemaakt werd. De 2 voorstellen waarover de ad hoc werkgroep het eens was, zijn nu omgezet in regels, die volgens de Groen-fractie goed in mekaar zitten. Het onderbrekingsrecht kan een interessante toevoeging zijn in het debat. Af en toe is te zien dat collega’s spontaan tussenkomenhet momenteel niet toegelaten en dient te voorzitter de sprekers hierop te wijzen. Het commissielid gaat dus zeker akkoord om het onderbrekingsrecht uit te proberen, evenals met de idee om slechts 1 minuut i.p.v. 5 minuten te hanteren, zodat de onderbrekinzijn. Hetgeen voor het commissielid nog niet helemaal duidelijk is, is hoe het debat wordt voortgezet wanneer iemand wordt onderbroken. Hoe zit het met andere sprekers die wensen te onderbreken? De heer Fouad Ahidar (one.brussels-Vooruit) legt uit hoe het onderbrekingsrecht in het Vlaams Parlement wordt toegepast in de praktijk. Het komt erop neer dat sprekers steeds het recht hebben om een collega te onderbreken, behoudens wanneer een spreker op voorhand heeft aangegeven niet te willen onderbroken worden. de Vlaamse Regering een spreker wil onderbreken, richt hij daartoe een verzoek tot de voorzitter. Hij wacht met onderbreken totdat de voorzitter hem het woord geeft. dat de eerste spreker onderbreekt, mag dit maximaal 1 minuut duren en wordt de klok die de spreektijden aangeeft op pauze gezet. Volksvertegenwoordigers die willen reageren op de interventie van de onderbreker, richten hun verzoek onmiddellijk na afloop van de onderbreking aan de voorzitter, die opnieuw het woord moet verlenen. Deze mag opnieuw niet langer dan 1 minuut spreken. Een volksvertegenwoordiger voert niet meer dan tweemaal het woord over hetzelfde onderwerp, dus een discussie tot in het oneindige is uitgesloten. Een wederwoord bieden is dus mogelijk en het is ook de taak van de voorzitter om in te grijpen wanneer de discussie uit de hand dreigt te lopen. Het is pas als de oorspronkelijke spreker terug spreekt, dat de klok terug begint te lopen. De heer suggereert om eventueel een zin aan de tekst toe te voegen die stelt dat het aan de voorzitter is om te beslissen wanneer het onderbrekingsmoment is afgelopen. Verder stelt het commissielid vast dat wordt voorgesteld dat de actualiteitsdebatten ook zoals in het Vlaams Parlement zouden worden georganiseerd. Er is ofwel het systeem van de actualiteitsdebatten, ofwel dat van de actualiteitsvragen, waarbij bij de 1ste categorie dieper wordt ingegaan op een bepaald thema en er wat langis echter van mening dat de voorgestelde spreektijd van 10 minuten per fractie wat lang is en stelt voor dit te verkorten tot 5 minuten; de verhouding tussen bv. 5 minuten spreektijd bij een vraag om uitleg en 10 minuten bij een actualiteitsdebat is wat vreemd. Het zou er in de praktijk op kunnen neerkomen dat men een hele voormiddag gevuld krijgt met een actualiteitsdebat. Tot slot, vraagt het commissielid of de huidige regeling m.b.t. actualiteitsvragen blijft bestaan. Hij is alvast benieuwd hoe de toepassing ervan zal uitdraaien. De heer Fouad Ahidar (one.brussels-Vooruit) verklaart dat de in het Vlaams Parlement toegepaste praktijk niet helemaal overeenstemt met wat in zijn reglement staat. Het is namelijk zo dat in het Uitgebreid Bureau per actualiteitsdebat op voorhand wordt vastgelegd welke – spreektijden zullen worden gehanteerd. Nadat een inleidende beschouwing werd gegeven door de minister-president, krijgt iedere fractie enkele minuten spreektijd om een inleidend betoog te voeren, zonder dat iemand mag onderbreken. Daarna antwoorden de leden van de Vlaamse Regering. Vervolgens is er een 2de ronde, waarbij elke fractie opnieuw enkele minuten spreektijd krijgt waarbij wel mag onderbroken worden. Het debat eindigt als er geen vragen of tussenkomsten meer zijn. Het Vlaams Parlement heeft er evenwel voor gekozen om dit niet in het te verduidelijkendeze werkwijze toe te passen. In het Reglement van Orde van de Raad worden de actualiteitsdebatten uit artikel 60 gelicht en in een nieuw artikel 60 geregeld, zodat een duidelijk onderscheid ontstaat met actualiteitsvragen. Actualiteitsvragen over hetzelfde onderwerp kunnen nog steeds samengevoegd worden en zullen voortaan “samengevoegde actualiteitsvragen” worden genoemd. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA) meent dat wat werd aangehaald door collega Arnaud Verstraete klopt. In de ad hoc werkgroep is er over de grenzen van meerderheid en oppositie heen nagedacht over hoe men tot een levendiger debat kan komen in de Raad. Het commissielid meent dat ook de Raad moet inspelen op de toegenomen snelheid van het maatschappelijk debat en kan zich in de voorgestelde voorstellen vinden, vooral omdat ze zijn ge\357nspireerd op de goede praktijken van het Vlaams Parlement. De spreker is het eens met het voorstel om evenwel de spreektijd bij actualiteitsdebatten in te korten tot 5 minuten i.p.v. 10 minuten. De spreker betreurt wel dat de 2 voorstellen vanuit de N-VA-fractie, die in de ad hoc werkgroep aan bod kwamen niet in het voorstel zijn opgenomen. Om discussies in de toekomst te vermijden, zou het commissielid graag in het Reglement van Orde verduidelijkt zien dat het systeem D’Hondt wordt toegepast bij de verdeling van bijzondere functies binnen de Raad, zoals dit in andere parlementen het geval is. De heer Fouad Ahidar (one.brussels-Vooruit) antwoordt dat het voorliggende voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde de voorstellen bevat waarover in de ad hoc werkgroep consensus bestond. Het neemt niet weg dat de N-VA-fractie een voorstel in deze zin kan indienen, waarna het kan besproken worden bin 3.Artikelsgewijze bespreking Voorstel tot wijziging van artikel 29Voeren van het woord – en nieuw punt 10 toevoegen dat luidt als volgt: “Als een volksvertegenwoordiger of een lid van het College een spreker wil onderbreken, richt hij daartoe een verzoek tot de voorzitter. De spreker kan bij die gelegenheid de wens uiten niet te worden onderbroken tijdens zijn rede. In dat geval wordt de interventie gehouden na zijn rede. De voorzitter staat de onderbreking toe op voorwaarde dat zij rechtstreeks verband houdt met het betrokken onderwerp en de werkzaamheden van de plenaire vergadering niet belemmert. Onderbrekingen duren maximaal . Zij zijn gericht tot de spreker. – De tijd die gebruikt wordt voor onderbrekingen en de reacties erop wordt niet meegerekend voor de reglementaire spreektijd van de spreker of de onderbreker. Raadsledendie willen reageren op de interventie van de onderbreker, richten hun verzoek onmiddellijk na afloop van de onderbreking aan de voorzitter.” Dit l lokt geen verdere discussie uit. Voorstel tot wijziging van artikel 60Actualiteitsvragen – “1. Leden van de Raad die een lid van het College in plenaire vergadering dringend een mondelinge vraag van actuele aard wensen te stellen, geven de voorzitter van de Raad uiterlijk om 16 uur de laatste werkdag v\363\363r de vergadering kennis van het onderwerp ervaartikel 55, 1. 2. Per vergadering mag elke fractie twee actualiteitsvragen. Per raadslid kan slechts \351\351n actualiteitsvraag worden gesteld. 3. De in punt 1 vermelde kennisgeving mag slechts door een enkel lid van de Raad zijn ondertekend. 4. Bij ontvankelijkheid geeft de voorzitter het betrokken lid van het College onverwijld kennis van het onderwerp van de actualiteitsvraag. 5. a) De actualiteitsvragen worden in chronologische volgorde van indiening gegroepeerd per lid van het College. Ze worden volgens een beurtelings per vergadering afwisselende volgorde van de leden van het College op een daartoe voorzien actualiteitsmoment op de agenda van de eerstvolgende plenaire vergadering geplaatst, na de vragen om uitleg. b) Actualiteitsvragen oin littera a) bepaalde volgorde samen behandeld met de eerst ingediende actualiteitsvraag. 6. a) Het stellen van de actualiteitsvraag mag niet langer duren dan 5 minuten. De vraagsteller dient zich te houden aan het bevragende gedeelte van de ingediende tekst. Het antwoord van het collegelid mag eveneens niet langer duren dan 5 minuten. b) In gstellers 5 minuten spreektijd. De overige ingeschreven sprekers, 1 per fractie, behalve de fractie(s) van de vraagsteller(s), krijgen 3 minuten spreektijd. Het collegelid krijgt 5 minuten extra spreektijd bovenop zijn eerste 5 minuten om te antwoorden, indien er minstens 1 bijkomende vraag wordt gesteld. c) Na het antwoord van het betrokken lid van het College mag (mogen) de vraagsteller(s) en de andere spreker(s) die het woord voerde(n), repliceren. In de replieken krijgt (krijgen) de vraagsteller(s) 2 minuten spreektijd, de andere spreker(s) die het woord voerde(n) 1 minuut en – het betrokken collegelid 3 minuten spreektijd. Na het antwoord van het collegelid krijgt (krijgen) de vraagsteller(s) nog 1 minuut spreektijd. 7. Elke actualiteitsvraag wordt afgehandeld tijdens de vergadering waarin zij wordt uiteengezet. 8. Indien het betrokken lid van het College afwezig is, beslist de vraagsteller of een ander collegelid mag antwoomondelinge vraag en behandeld conform artikel 58, 1. Indien de indiener afwezig is, beslist hij/zij of een fractiegenoot de vraag in zijn/haar plaats kan stellen. In het andere geval, wordt de vraag uitgesteld naar een volgend Uitgebreid Bureau, dat dan beslist over doorverwijzing naar plenaire vergadering of commissie. Als een van de vraagstellers afwezig is in geval dat meerdere actualiteitsvragen over hetzelfde onderwerp werden samengevoegd, blijven de overige actualiteitsvragen geagendeerd en de fractie van de afwezige vraagsteller heeft de mogelijkheid in het debat het woord te voeren conform artikel 60, 6, b). Indien de indiener de actualiteitsvraag ter zitting intrekt en wenst te laten agenderen voor de volgende plenaire vergadering, meldt hij of zij dat aan de voorzitter. De voorzitter geeft de Raad hiervan akte. In geen geval mag een actualiteitsvraag onder onveranderde omstandigheden opnieuw worden gesteld in de loop van dezelfde zitting.” De heer Mathias Vanden Borre (N-VA) merkt op dat het woord “stellen” ontbreekt in punt 2 na het woord “actualiteitsvragen”. De tekst wordt in deze zin gecorrigeerd. Voorstel tot invoering Actualiteitsdebatten – r wordt een nieuw artikel 60bis “ AFDELING VI Actualiteitsdebatten Artikel 60bis 1. Het Uitgebreid Bureau kan beslissen een actualiteitsdebat te houden naar aanleiding van het indienen van een of meer interpellaties of vragen om uitleg, of op verzoek van een of meerdere fracties; om het actualiteitsdebat te houden voor of na de overige interpellaties, vragen om uitleg of actualiteitsvragen en om in voorkomend geval een andere maximumspreektijd te bepalen dan bepaald in 2. Een actualiteitsdebat wordt in \351\351n enkele bespreking rechtstreeks in plenaire vergadering gehouden. 3. a) Tenzij het Uitgebreid Bureau anders beslist, is de maximumspreektijd voor een actualiteitsdebat 10 minuten per fractie. De eerste spreker is het raadslid dat het eerst een initiatief heeft ingediend, of een raadslid van diens fractie. Indien er meerdere initiatieven – werden ingediend, is de volgorde van de fracties die van de volgorde van indiening van de initiatieven. b) Tenzij het Uitgebreid Bureau anders beslist, mag het antwoord van het College tevens niet langer duren dan 10 minuten. 4Tot besluit van het debat in plenaire vergadering kan een motie bij de voorzitter worden ingediend, overeenkomstig artikel 62. Alle commissieleden zijn het erover eens om de 10 minuten spreektijd per fractie in te korten tot 5 minuten. Een amendement in deze zin zal worden ingediend. Voorstel tot wijziging van artikel 6Interpellaties – littera g) wordt gewijzigd als volgt: “g) In voorkomend geval geniet de steller van een overeenkomstig artikel 58, punt 6, littera c), artikel 59, punt 6, littera c) en artikel 60, punt 5, littera b) bij een interpellatie gevoegde vraag voorrang op de in littera’s b) en c) genoemde sprekers. Dit artikel Voorstel tot wijziging van artikel 62Moties van afkeuring en aanbeveling – , littera b) en punt 3, littera b) wordengewijzigd als volgt: “b) hetzij tot besluit van een overeenkomstig artikel 60bis gehouden overeenkomstig artikel 61 behandelde interpellatie, n\341 het antwoord van een betrokken lid van het College en v\363\363r de zitting wordt gesloten Dit artikel lokt geen verdere discussie uit. De verslaggever Mathias VANDEN BORRE De voorzitter Fouad AHIDAR