Voorlopig Integraal Verslag (2020-2021) Nr. 7

Integraal verslag plenaire vergadering van 12 maart 2021

VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZITTING 2020-2021 Nr. 7 INTEGRAAL VERSLAG Vergadering van vrijdag 12 maart 2021 Ochtendvergadering INHOUD SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG ) ………………………….. – Vraag om uitleg van mevrouw Bianca Debaets aan de heer Sven Gatz, collegelid bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw en aan mevrouw Elke Van den Brandt, collegevoorzitter bevoegd voor Begroting, Welzijn, Gezondheid, Gezin en Stedelijk beleid, met betrekking tot het vaccinatiebereidheid ouders – Vraag om uitleg om uitleg van mevrouw Els Rochette aan mevrouw Elke Van den Brandt, collegevoorzitter bevoegd voor Begroting, Welzijn, Gezondheid, Gezin en Stedelijk beleid, over de vaccinatiecampagne Sprekers: -Els Rochette -Gilles Verstraeten – Dominiek Lootens-Stael ,collegevoorzitter -2- SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG ………………………….. – Vraag om uitleg van de heer Gilles Verstraeten aan de heer Sven Gatz, collegelid bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw, – Vraag om uitleg van de heer Dominiek Lootens-Stael aan de heer Sven Gatz, collegelid bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw, betreffende de acties voor het aantrekken van leerkrachten voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel Sprekers: Gilles Verstraeten-Stael , collegelid VRAGEN OM UITLEG ………………………….. van de heer Gilles Verstraeten aan de heer Sven Gatz, collegelid bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw, betreffenonderwijs in het Brussels Franstalig onderwijs Sprekers: Gilles Verstraeten , collegelid van Scholenbouw, betreffende het project amen naar School Sprekers: Hilde Sabbe Sven Gatz, collegelid van de heer Mathias gd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, betreffende de voorlopige resultaten van de steekproef van de VGC-jeugdraad Sprekers: Mathias Vanden Borre Els Rochette – VRAGEN (R.v.O., art. 58) ………………………….. van mevrouw Carla Dejonghe aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, betreffende de infrastructuurproblemen in gemeenschapscentrum De Maalbeek Sprekers: Carla Dejonghe ,collegelid van mevrouw Els Rochette Scholenbouw, betreffende de strijd tegen voedselarmoede op school Sprekers: Els Rochette Sven Gatz, collegelid ACTUALITEITSVRAGEN ) ………………………….. van de heer Gilles Verstraeten aan de heer Sven Gatz, collegelid bevoegd voor Onderwijs en Scholenbouw, betreffende de tolkenondersteuning in scholenSprekers: Gilles Verstraeten -Sven Gatz, collegelid van de heer Mathias Vanden Borre aan de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, betreffende de organisatie van jeugd- en sportkampen tijdens de paasvakantie Sprekers: Mathias Vanden Borre BIJLAGEN ………………………….. TREFWOORDENREGISTER ………………………….. -3- 7de vergadering Vergadering van vrijdag 12 maart 2021 OCHTENDVERGADERING De vergadering wordt om Voorzitter: de heer Fouad Ahidar ________________________________________________________________________\ ___ SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG De vaccinatiecampagne Mevrouw Bianca Debaets (CD&V): De laatste weken verschenen er onrustwekkende berichten over de vaccinatiebereidheid bij het personeel van de Brusselse zorginstellingen. 40 % van de personeelsleden zou zich niet willen laten vaccineren, wat waarschijnlijk deels het gevolg is van nepnieuws. Om de vaccinatiegraad op te krikken, lanceerde Iriscare een belangrijke campagne. We moeten groepsimmuniteit bereiken om uit de crisis te raken. Daarvoor moet 70 % van de bevolk Ook de CLB’s maken zich zorgen over de lage vaccinatiebereidheid bij Brusselse ouders. Bewustmaking en gerichte, correcte informatie voor de ouders zou kunnen helpen. Denk maar aan de invalshoek dat de scholen bij een hoge vaccinatiegraad zonder problemen kunnen openblijven, ook de komende maanden. De VGC-administraties Gezondheid en Onderwijs zouden de koppen bij elkaar kunnen steken en een gemeenschappelijk initiatief kunnen lanceren. Heeft het College zicht op de vaccinatiebereidheid bij de ouders van schoollopende kinderen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel? In hoeverre verschilt die van de vaccinatiebereidheid bij de gemiddelde Brusselse bevolking? Beschikt u over soortgelijke cijfers voor het leerkrachtenkorps? Heeft de VGC al overleg gepleegd met de CLB’s, de koepels of de ouderverenigingen over de vaccinatieproblematiek? Wat kwam er voort uit dat overleg? Welke voorstellen hebben de CLB’s gesuggereerd? Bestudeert het College de mogelijkheid om een specifieke campagne op poten te zetten om de vaccinatiebereidheid bij ouders te verhogen? Zo ja, met welke insteek? Welke middelen trekt het College ervoor uit? In welke mate ondersteunt het College de sensibiliserings- en promotie-initiatieven van de Vlaamse Gemeenschap in dit dossier? Welke andere of aanvullende acties onderneemt het College om de vaccinatiebereidheid te vergroten binnen Brussel en bij zijn eigen personeelsleden? -4- Mevrouw Els Rochette (one.brussels-sp.a): De vaccinatiecampagne is op een cruciaal punt aanbeland. Over de principes is er weinig discussie. Minstens 70 % van de bevolking moet gevaccineerd worden. De groepen die het meest kwetsbaar zijn voor het virus moeten eerst aan bod komen. Vaccins zijn gratis voor elke burger. Momenteel wordt alles in het werk gesteld om zo snel en zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk mensen te vaccineren. Ook daar is iedereen het over eens: het tempo van vaccineren moet omhoog. Daarvoor zijn we afhankelijk vvaccins; onze kennis over de beschermingsgraad van de verschillende vaccins; hoe we er in slagen deze enorme logistieke operatie in goede banen te leiden; de efficiëntie van onze communicatie. Slagen we erin alle doelgroepen te bereiken? Is het registreren en afspraken maken laagdrempelig genoeg? Hoe motiveren we burgers om zich te laten vaccineren? Sommige van mijn vragen zijn ondertussen beantwoord, want deze vraag om uitleg werd op 3 maart De verschillende overheden in België spelen hun rol. Vooral de federale overheid en de Gemeenschappen zijn aan zet. Lid van het Verenigd College Alain Maron verwees in zijn uiteenzetting over de vaccinatiestrategie meermaals naar de VGC. Zijn diensten werken nauw samen met het vaccinatieteam van de VGC, met name inzake sensibilisering en toeleiding. Voor onze gezondheid, ons mentaal welzijn en de economie is het cruciaal dat we zo snel mogelijk vaccineren. Alle overheden moeten dan ook maximaal gemobiliseerd worden om hun expertise en mankracht in te zetten voor de vaccinatiecampagne. Welke inspanningen levert de VGC? Ik zag alvast een oproep van de VGC naar mensen die het vaccin kunnen toedienen. Het lijkt erop dat de VGC vooral een taak heeft om mensen te informeren en praktisch bij te staan, dankzij haar breed en laagdrempelig netwerk. Het is momenteel in spanning afwachten hoe hoog de bereidwilligheid bij de bevolking zal zijn om zich te laten vaccineren. We moeten op onze hoede zijn voor signalen uit sommige Brusselse rusthuizen, waar een groot deel van het personeel een vaccin weigert, of voor de breed gedeelde antivax-sentimenten in Frankrijk. Sommige mensen weigeren een vaccin uit angst of uit principe. Bovendien circuleert er veel nepnieuws. Daarnaast begrijpen mensen soms gewoon niet waarover het gaat of vormt de taal een drempel. We weten dat brieven van officiële instanties in sommige huishoudens ongeopend blijven uit vrees dat het facturen zijn. Sommige mensen hebben geen pc om een afspraak te maken of raken op eigen houtje niet naar een vaccinatiecentrum en kennen niemand Er zijn verscheidene vragen gerezen met betrekking tot het gebruik van het Nederlands in de vaccinatiecentra. one.brussels-sp.a begrijpt dat alle medewerkers, zorgverleners en dokters onmogelijk volledig tweetalig zijn. Wel is het belangrijk dat het onthaal tweetalig kan gebeuren en dat iedereen die dat wenst door een Nederlandstalige dokter, verpleger of verpleegster geholpen kan worden. Het is cruciaal dat je zeker met betrekking tot je gezondheid in Brussel in het Nederlands verder geholpen kan worden. Op de website van een vaccinatiecentrum bleek er een probleem te zijn met de Nederlandse vertaling van de lijst met veel gestelde vragen (FAQ), maar dat euvel werd gelukkig snel rechtgezet. -5- De Brusselse vaccinatiewerkgroep bestaat uit communicatiespecialisten van de Franse Gemeenschapscommissie, Iriscare, de diensten van het Verenigd College en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Welke afspraken zijn er gemaakt en wat is de taakverdeling? Welke bewustmakingscampagnes voert de VGC? Wordt hier ook ‘preventief’ tewerkgegaan, door bv. nu al informatiecampagnes te lanceren die op de brede bevolking gericht zijn? Wat doet de VGC om specifieke groepen beter te bereiken? Welke tools worden ingezet voor peer-to-peercommunicatie? Welke peers worden ingeschakeld? Wordt een beroep gedaan op Brusselse media zoals Bruzz, of op andere lokale media met een bereik bij specifieke doelgroepen? De VGC heeft verschillende mogelijke partners om laagdrempelig informatie te verspreiden, om mensen te helpen om een afspraak te maken of zich te verplaatsen, enz… Denk daarbij aan lokale dienstencentra, Huizen voor Gezondheid of straathoekwerkers. Welke organisaties uit het VGC-netwerk worden ingeschakeld? De VGC organiseerde al informatiesessies voor o.a. lokale dienstencentra met betrekking tot de vaccinatiestrategie. Hoe was de opkomst bij die infosessies? Wat waren veel voorkomende vragen? Biedt de VGC hulp bij de mobiele vaccinatieteams? Hoe kijkt ze mee toe op een kwaliteitsvolle dienstverlening in het Nederlands in de vaccinatiecentra en bij uitbreiding de testcentra en contacttracing? Welke middelen zet de VGC in voor haar bijdrage aan de vaccinatiecampagne. Zijn die afkomstig uit de toegekende Covid19fondsen? De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik sluit me aan bij de uiterst relevante vragen van de collega’s over de manier waarop de VGC kan bijdragen tot het beter operationaliseren van de vaccinatiestrategie in Brussel want die lijkt op dit moment een beetje een boeltje te zijn. Wanneer ik concrete cijfers vraag over hoeveel vaccins er zijn, hoeveel mensen er zijn opgeroepen enzovoort, krijg ik daar van Alain Maron maar heel weinig antwoorden op. Ik hoop dat u een aantal zaken kunt verduidelijken, althans over de rol van de VGC. Ik wil graag inzoomen op een aspect, namelijk de taal. Ik moet het u hier vandaag voorleggen, mevrouw de collegevoorzitter, omdat het de enige mogelijkheid voor me is om dat te doen omdat ik u -ik herhaal het nogmaals – in de commissie Gezondheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) nooit zie. Er is een systeem in Brussel waarbij in de GGC altijd 2mensen bevoegd zijn. Vroeger waren Sociale Zaken en Gezondheid nog opgesplitst en had je 2Vlaamse bevoegde leden in de GGC die moesten toezien op de belangen van de Nederlandstaligen in Brussel. Dat systeem is zo uitgewerkt om ervoor te zorgen dat er minstens 1 iemand mee bezig is omdat het systeem er eigenlijk van uitgaat dat, als het aan de Franstalige collega’s overgelaten wordt, de aandacht voor de rechten van de Nederlandstaligen pas op de laatste plaats komt. -6- We herhalen dat al maanden tegen u, mevrouw de collegevoorzitter, maar als zelfs leden van uw eigen meerderheid persberichten de wereld beginnen in te sturen die u aanspreken op uw verantwoordelijkheid, dan moeten er bij u op dat vlak verschillende alarmbellen afgaan. Maar we zien u niet en we horen u niet. Er zijn nu al verschillende incidenten geweest in de testcentra en in de vaccinatiecentra waarbij mensen over medische kwesties niet in het Nederlands geholpen kunnen worden. Ik begrijp niet waarom u zich niet toont. Misschien past het feit dat er nog steeds een taalkwestie in Brussel is, niet in uw visie op de stad, over hoe u hoopt dat die er zou uitzien, maar het is nu eenmaal de realiteit dat Nederlandstaligen vaak niet geholpen worden in hun eigen taal. Misschien komt u liever met fietspaden in het nieuws, maar fietspaden spreken geen taal en fietsen is nog geen spraak. Als ik aanbreng dat de taalwetgeving ook in de vaccinatie- en testcentra moet worden gerespecteerd, lacht lid van het Verenigd College Alain Maron me bijna uit en zegt dat hij het vriendelijk kan vragen, maar niet kan eisen. Ondanks alle verklaringen in de pers zegt hij eigenlijk dat hij zich er niet mee bezig gaat houden. Daarom heb ik een vraag aan u, mevrouw de collegevoorzitter. U dacht misschien slimmer te zijn dan het systeem en te zeggen dat als we een persoon bevoegd maken voor Gezondheid en Sociale Zaken, dan zal het gemakkelijker zijn. Ja, voor de Franstalige collega’s om de rechten van de Nederlandstaligen te eisen… U bent de enige persoon op dat vlak om over onze belangen te waken. You are all we’ve got.Wanneer gaat u eindelijk uw tanden eens laten zien? Wanneer gaat u uw verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat de rechten van de Nederlandstaligen in de vaccinatiestrategie, maar ook in het hele domein van Sociale Zaken en Gezondheid gerespecteerd worden? Want momenteel schittert u vooral in afwezigheid. Mevrouw Khadija Zamouri (Open Vld): Ik wil graag in aanvulling op de vraag van collega Debaets vragen of collegelid Sven Gatz op de hoogte is van de werking van de vzw Foyer die tal van kant-en-klare filmpjes heeft gemaakt in allerlei verschillende talen over bewustmaking. De schrik die ouders hebben om zich te laten vaccineren, is heel groot. De vzw heeft daar voor een stuk op ingespeeld. Het team van interculturele bemiddelaars staat klaar om eventueel de filmpjes toe te lichten. Ik geef het maar mee voor wat het waard is. We zijn in deze pandemie allemaal betrokken en allemaal actoren om alles vlot te laten verlopen. Verder heeft het Onderwijscentrum Brussel (OCB) een onderdeel ouderbetrokkenheid. Dat heeft uiteraard betrekking op de schoolwerking en het leren van de kinderen, maar het is een van de belangrijkste pijlers van het centrum en eventueel kan daar een insteek worden gevonden om verontruste ouders -ik ken er heel wat en ik kan dus beamen wat mevrouw Bianca Debaets zegt – aan te spreken, te informeren en gerust te stellen. Dat zijn twee kleine bedenkingen over onderwijs. Voor collegevoorzitter Elke Van den Brandt heb ik er heel wat. We gaan de bijzondere Covid19commissie hier niet overdoen. Die hebben we gehad. Gisteren werd in de commissie Gezondheid aangehaald hoe het komt dat er relatief minder mensen gevaccineerd werden. Het zijn er niet weinig. Lid van het Verenigd College Alain Maron heeft ook aangegeven dat de personeelsleden die in de diverse zorginstellingen werken, vaak in Vlaanderen of Wallonië wonen en die worden niet meegeteld als Brusselaars. We stellen echter vast dat de bewoners in de rusthuizen gevaccineerd worden, maar dat het zorgpersoneel dat in Brussel woont, een probleem vormt omdat het niet gevaccineerd wil worden. Dat moeten we scherpstellen en kijken wie er in Vlaanderen en Wallonië woont. Als het de Brusselaars zijn die zich niet willen laten vaccineren, dan moeten we daar sterker op inspelen. -7- De grote zorg van bij het begin van de vaccinatie is dat voor mensen die er niet in slagen naar een vaccinatiecentrum te gaan, bv.80plussers die niet vaak meer buiten komen en gevaccineerd worden ver van hun huis, een beroep wordt gedaan op vrijwilligers. Dat is op zich een goede zaak. Maar ik denk dat vrijwilligers het extra moeten zijn. We moeten echt zorgen dat er een structuur is. Ik heb een laatste belangrijke vraag over de taal. Er wordt in de oproepbrief of bij de vrijwilligers niet naar taal gekeken. We moeten op zijn minst Frans en Nederlands gebruiken, maar mensen moeten in hun eigen taal te woord kunnen worden gestaan op alle vlakken. Mevrouw Carla Dejonghe kan straks misschien een schrijnend voorbeeld geven uit haar gemeente. Ik vind dat u daar niet goed op hebt gereageerd. De heer Dominiek Lootens-Staal (Vlaams Belang): Ik sluit me aan bij de interessante en pertinente vragen van mevrouw Bianca Debaets en mevrouw Els Rochette. Net zoals de heer Gilles Verstraeten zal ik me ook toespitsen op een specifiek probleem, namelijk het taalprobleem in de test- en vaccinatiecentra. Mevrouw de collegevoorzitter, als er me getuigenissen bereiken dat er in de vaccinatiecentra affiches ophangen onder de titel ‘Stay safe’. Wat na de vaccinatie? en die affiches zijn in het Frans op A3-formaat en in het Nederlands op A4-formaat, dan probeer ik me voor te stellen hoe dat komt. Is er iemand die plots roept om de persen te stoppen? Dat is genoeg voor de Franstaligen. Gebruik voor de Nederlandstaligen een kleiner papier want ze zijn een kleine groep in deze stad. Of wat gebeurt daar? Je kunt zeggen dat het allemaal niet zo belangrijk is en dat het maar een detail is, maar dat detail is illustratief voor de wijze waarop er in deze stad naar de Nederlandstaligen en naar het belang van de taalwetgeving en van de naleving ervan wordt gekeken. Veel prangender wordt het als ik hoor dat aan mensen tijdens de vaccinatie vragen in het Frans worden gesteld: prenez-vous des anticoagulant? Ik kan u zeggen, mevrouw de collegevoorzitter, dat ik behoorlijk Frans spreek. Ik begrijp het nog iets beter, maar dat begreep ik niet. Ik wist niet wat dat was en ik kan me voorstellen dat er heel veel Nederlandstaligen zijn die niet weten dat het gaat om bloedverdunners. Dat zijn vragen die letterlijk van levensbelang zijn en letterlijk een risico kunnen vormen wanneer mensen dat niet overheen gaan, zoals lid van het Verenigd College Alain Maron gisteren – dat hij er nog eens even zal op aandringen dat iedereen zijn best doet – dat kan dus niet. We leven in een tweetalige stad. De taalwetgeving is wetgeving van openbare orde, dus je moet je zo organiseren dat die wordt gerespecteerd en dat mensen, zeker bij zulke levensbelangrijke aangelegenheden, in hun eigen taal kunnen worden geholpen en bediend. Daarvoor reken ik op u, mevrouw de collegevoorzitter, want ik zou niet goed weten bij wie we anders terechtkunnen. Als u het niet doet, richt ik me ook tot de andere collegeleden die luisteren. Het is een taak van het VGC-College om op te komen voor de belangen van de Nederlandstaligen in deze stad en waar anderen falen, moeten we misschien in de plaats treden. Het is tijd dat deze collegeleden op het andere niveau met de vuist op tafel slaan. Ik zou graag van u vernemen, mevrouw de collegevoorzitter, wat er op dat vlak zal gebeuren. De heer Jan Busselen (PVDA): Er zijn al veel vragen gesteld, maar er is er een waar ik ook graag een antwoord op heb. Als we 70 % van de mensen vaccineren, ontstaat er een soort groepsimmuniteit waardoor de verspreiding van het virus kan verminderen en we terug kunnen naar een iets normaler leven. De VGC heeft een bewustmakende en informerende rol. Ik vraag me af of ze al contact heeft opgenomen met de Brusselse Huisartsenkring om te zien hoe artsen een rol kunnen spelen in de verspreiding van de juiste informatie en op die manier het wantrouwen tegenover het vaccineren zouden kunnen verminderen. -8- Collegevoorzitter Elke Van den Brandt: Voor ik antwoord op de vraag, merk ik op dat het vandaag pyjamadag is en ik zie iets te weinig pyjama’s, maar dat kan nog geregeld worden, want iedereen zit thuis. Ik heb alvast mijn pyjama aan en ik nodig u uit om hetzelfde te doen. In deze coronaperiode hebben we eens te meer beseft hoe moeilijk is om op afstand te leven en heel veel kinderen moeten dat vaak doen. Ze moeten met digitale middelen communiceren met hun klasgenootjes. Ze krijgen daar onze volledige steun voor.(Bednet-project) Er zijn veel vragen gesteld. Ik beantwoord beide vragen samen. Zoals jullie weten, is het vaccinatieprogramma enerzijds een bevoegdheid van de GGC. Dat gaat om zowel het bepalen van de vaccinatiestrategie op basis van de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad, de coördinatie en de uitrol van het vaccinatieprogramma als de vult ze ingedeeld. Ten eerste,werken we mee met, en bieden we ondersteuning aan, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) in het vaccinatieprogramma. Daarnaast zetten we ook eigen acties op met betrekking tot communicatie en voorlichting. Dat doen we in samenwerking met verschillende partners. Tot slot zorgen we voor een afstemming tussen de verschillende overheidsniveaus. Op al die niveaus geldt steeds dat de timing van de communicatiecampagne afgestemd is op de vaccinatiecampagne zelf. De doelgroep van de communicatiecampagne is dus steeds de doelgroep die aan de beurt is voor de vaccinatie. Op dit moment gaat het bv.om ouderen, zorgpersoneel en personen met een onderliggende aandoening. Ik ga even in detail in op die 3verschillende niveaus en over welke acties de VGC per niveau onderneemt. De eerste pijler betrof onze medewerking aan de vaccinatiecampagne, gecoördineerd door de GGC. We werken als VGC actief mee aan het Brusselse vaccinatieprogramma, dat de GGC ontwikkeld heeft. Daarnaast werken we ook mee aan de communicatie rond de vaccinatiecampagne. De VGC is lid van een aantal werkgroepen die de GGC heeft opgericht om de vaccinatie te bundelt en bespreekt de informatie over de – vaak algemene -vaccinatiestrategie. Die gaat dus concreet over de operationele werking. De werkgroep wordt getrokken door de GGC, maar ook Daarnaast neemt de VGC deecommunicatie rond de vaccinatiecampagne belichten. De werkgroep ‘Communicatie vaccinatie’ komt wekelijks samen en buigt zich over de communicatiestrategie. Het is een Brusselse communicatiewerkgroep, waarnaar mevrouw Els Rochette al verwees. De VGC neemt een actieve rol op in de werkgroep. De VGC legt er telkens de link met het beschikbare campagnemateriaal, bv.uit de Vlaamse Gemeenschap, om een en ander zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Waar dat mogelijk en opportuun is, zorgt de VGC voor een Brusselse vertaling van dat materiaal. De campagne Laat je vaccineren is bv.goed gekend bij de GGC en vormt een belangrijke inspiratiebron om eigen materiaal te ontwikkelen. De VGC brengt ook sleutelfiguren van het Nederlandstalige netwerk of N-netwerk in kaart. We verzamelen influencers die als boegbeeld de campagne kunnen uitdragen. In de werkgroep wordt dan besproken welke boegbeelden op welke manier een impact kunnen hebben. -9- Een tweede werkgroep wil kwetsbare doelgroepen informeren over vaccinatie. Ook die werkgroep komt wekelijks samen en is in het leven geroepen om specifieke acties te ontwikkelen naar mensen die we moeilijker bereiken via de reguliere communicatiekanalen. Een derde werkgroep houdt zich bezig met de communicatie naar Nederlandstalige organisaties. Hier gaan de GGC, de VGC en een aantal organisaties uit het Nederlandstalige netwerk met elkaar in gesprek. In die werkgroep, die tweewekelijks samenkomt, gaat het om een meer diepgaande uitwisseling over de verschillende campagnes. Tot zover het eerste niveau. Het tweede niveau behelst de eigen acties. Op dat vlak hebben we, in samenwerking met de onmisbare partners, een aantal eigen acties opgezet. Binnen de VGC ontwikkelen we eigbewustmaking, enerzijds naar de organisaties uit het eigen netwerk, anderzijds naar doelgroepen waarvan we weten dat die moeilijker bereikt worden. In nauwe samenwerking met de Brusselse eerNederlandstalige netwerk goed op elkaar afgestemd zijn. Ondersteunende initiatieven worden ge\357ntegreerd in een globale strategie. De VGC informeerde bv. in samenwerking met BruZEL al van bij de start van de vaccinatiecampagne zoveel mogelijk welzijns- en gezondheidsactoren. Wat de communicatie naar het eigen netwerk betreft, ontwikkelen we een aanbod voor de eigen organisaties. Het doel is om op een positieve manier gebruikers, bezoekers of publiek van onze organisaties te informeren; in te spelen op twijfels of bezorgdheden die naar boven komen; de boodschap zo helder mogelijk over te brengen, en ten slotte een overzicht te krijgen van het beschikbare communicatiemateriaal. De VGC verspreidt ook laagdrempelige informatie naar de organisaties uit het N-netwerk. Ook daar volgen we de volgorde en timing van de vaccinatiestrategie. Vanaf 6 maart worden in Brussel de 75plussers opgeroepen. Daarom nam de VGC in de maand februari contact op met het netwerk van Nederlandstalige organisaties die met die doelgroep werken. We legden uit waar de informatie over vaccinatie te vinden is, zowel voor het zorgpersoneel als voor de Brusselse ouderen. Zoals mevrouw Rochette al aangaf, organiseerde de VGC ook al informatiesessies, onder was groot. In 2 overlegplatformen gaf de VGC-Administratie toelichting over de vaccinatie, meer bepaald op het personeelsforum van d-Administratie bood tijdens die sessies een antwoord op veelgestelde vragen en gaf een stand van zaken over de vaccinatiestrategie. Het was ook een moment om te luisteren naar de noden van de centra en te kijken hoe de Ik geef 2 concrete voorbeelden van specifieke acties naar moeilijker te bereiken doelgroepen. De VGC kende een projectsubsidie toe aan de interculturele bemiddelaars van de vzw Foyer, waarbij brugfiguren het gesprek over vaccinatie zullen aangaan met Brusselaars met een migratieachtergrond. Ze leggen daarbij de nodige aandacht voor culturele diversiteit en anderstaligheid aan de dag. Op dit moment zijn er al informatievideo’s in 18 talen beschikbaar. Ook het mobiele vaccinatieteam van BruZEL zal ingezet worden voor de vaccinatie van kwetsbare Brusselaars in Nederlandstalige organisaties. De VGC heeft afspraken gemaakt met de GGC over de aanlevering van vaccins en de logistieke ondersteuning. Daarmee antwoord ik bevestigend op de vraag van mevrouw Els Rochette. -10- Tot slot,is de VGC voortdurend bezig het beleid van de andere overheden op elkaar af te stemmen. De manier waarop de bevolking gevaccineerd zal worden, verloopt anders in beide gemeenschappen. Het is dus puzzelen om de 2 tijdslijnen en werkwijzen op elkaar te doen aansluiten en dat helder te communiceren binnen ons netwerk. De afstemming met de GGC heb ik net toegelicht aan de hand van de werkgroepen, maar uiteraard is er ook intensief contact met de Vlaamse Gemeenschap. Heel wat organisaties uit het N-netwerk zijn (deels) erkend door de Vlaamse Gemeenschap. Dat geldt in het bijzonder voor welzijns- en gezondheidsorganisaties. Via die erkenning vallen ze ook onder het Vlaamse vaccinatiebeleid. U kunt zich vast voorstellen dat het voor die organisaties niet altijd duidelijk is tot welke overheid ze zich moeten wenden, en dat geldt des te sterker voor organisaties die zowel onder de Vlaamse Gemeenschap als onder de GGC vallen. De VGC heeft op dat punt ook een belangrijke signaalfunctie naar de Vlaamse Gemeenschap. Via die weg proberen we het voor de door Vlaanderen erkende organisaties op Brussels grondgebied zo helder mogelijk te houden. Tot dusver heb ik in het algemeen de acties geschetst die de VGC opzet in het kader van de vaccinatiecampagne. Daarnaast waren er enkele specifieke vragen, onder meer de erg belangrijke vraag rond Nederlandstalige dienstverlening in de vaccinatiecentra. Op dat punt kunnen we heel helder stellen dat de tweetaligheid van Brussel een fundamentele basis is, die iedereen moet respecteren. In alle testcentra, vaccinatiecentra en callcentra zijn er duidelijke protocollen om dezelfde kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen voor alle Brusselaars, of ze nu Franstalig of Nederlandstalig zijn. Iedereen moet er in zijn moedertaal terechtkunnen. De GGC heeft een conventie met elk vaccinatiecentrum. Tweetaligheid is een van de criteria van die conventie. Elk vaccinatiecentrum moet een onthaal in het Frans en het Nederlands verzekeren. Per vaccinatiecentrum moet minstens een lid van de operationele en een lid van de essentieel. We volgen dat dan ook op, zowel binnen de taskforce ‘Vaccinatie Brussel’ als in de overkoepelende werkgroep communicatie waarover ik daarnet sprak. Naar aanleiding van een aantal incidenten die aan het licht kwamen, is ons gevraagd om per vaccinatiecentrum een stand van zaken op te maken, om te kunnen controleren of de voorwaarden daadwerkelijk worden nageleefd. Daarnaast waren er specifieke vragen over de vaccinatiebereidheid van ouders van leerlingen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel of van leerkrachten die er lesgeven. Zoals ik daarnet schetste, neemt de GGC het voortouw in de vaccinatiecampagne. Als het gaat om ouders van kinderen of leerkrachten die in het Brussels Gewest wonen, zullen die uiteraard bereikt worden via de algemene Brusselse vaccinatiecampagne. Op dit moment heeft de VGC geen plannen voor een specifieke campagne naar die doelgroep. Het Nederlandstalig onderwijs in Brussel valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap. Daarom is het ook de Vlaamse Gemeenschap die overlegt met alle partners en de draaiboeken opstelt voor elke geleding. De VGC plant voorlopig geen extra overleg met van schoolgaande kinderen zijn voorlopig dus geen aparte doelgroep. Wanneer de Vlaamse Gemeenschap een specifieke bewustmakingscampagne zou opzetten met als doelgroep ‘ouders van leerlingen’ of ‘leerkrachten’, dan zal die communicatie ook bruikbaar zijn in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en zal de VGC die campagne uiteraard mee ondersteunen in de Brusselse scholen. -11- Tot slot,wil ik het kort hebben over de personeelsleden van de VGC. De VGC informeert haar personeelsleden al sinds het begin van de pandemie via een specifieke intranetpagina waar alle informatie over corona wordt gebundeld. Daarnaast communiceert de VGC over elke verlenging of aanpassing van de maatregelen door middel van een dienstmededeling aan haar personeel. Specifiek met betrekking tot de vaccinatie wordt het personeel bewustgemaakt van het belang van vaccinatie. Wanneer een personeelslid zich laat vaccinereop een werkdag, dan krijgt dat personeelslid een halve dag dienstvrijstelling toegekend per vaccinatieafspraak. Dat geldt uiteraard ook voor personeelsleden die in het weekend werken. Omdat het VGC-College ervan overtuigd is dat vaccinatie maatschappelijk bijzonder relevant is, kunnen de personeelsleden van de VGC ook dienstvrijstelling krijgen wanneer ze als vrijwilliger aan de slag gaan in een Brussels vaccinatiecentrum. Door iets sneller te spreken, waarvoor mijn excuses, hoop ik netjes binnen de tijd te zijn gebleven en op alle vragen geantwoord te hebben. De voorzitter: Mevrouw de collegevoorzitter, in feite hebt u de tijd van beide collegeleden samen gebruikt. Collegevoorzitter Elke Van den Brandt: Ik had het zo met collegelid Sven Gatz afgesproken: ik zou namens ons beiden antwoorden. De antwoorden die ik gaf, heb ik ook afgetoetst met collega Gatz. Bepaalde zaken raakten immers aan zijn bevoegdheden. De voorzitter: Hoe dan ook geef ik nog enkele minuten aan collegelid Gatz, voor het geval hij nog iets wil zeggen. Collegelid Sven Gatz: Het antwoord is inderdaad in overleg afgestemd en werd ook heel goed en duidelijk verwoord door mevrouw Van den Brandt. Ik wil enkel nog even uitleggen waarom we onze antwoorden hebben afgestemd. Op dit moment lijkt het weinig zinvol om allerlei extra campagnes en aparte informatiekanalen op te zetten. De vaccinatiecampagne wordt nu eenmaal centraal, vanuit de bevoegdheid Welzijn, aangestuurd voor alle gewesten en alle gemeenschappen. Dat is de essentie. Nu moeten we kijken of er voldoende vaccins voorhanden zijn om de campagne op volle kracht te laten draaien, en of we voldoende mensen bereiken. Zodra zou blijken dat we bepaalde groepen minder goed bereiken -en dat is vooralsnog niet het geval gebleken, behalve dan bij het personeel van de woonzorgcentra , kunnen er bijkomende maatregelen komen. Ik rond af. Op dit moment valt er weinig aan toe te voegen, al wil ik misschien nog even een reactie geven op mevrouw Khadija Zamouri. Zoals u allen weet, is het Onderwijscentrum Brussel (OCB) opgericht om schoolteams te ondersteunen. Het OCB heeft geen expertise om rechtstreeks met ouders te werken. Dat doen de scholen nog altijd veel beter dan het OCB. Zelfs in deze moeilijke omstandigheden moeten we de normale procedures en communicatielijnen optimaal benutten. We mogen niet te veel beginnen te improviseren. Nu moet echt de vaccinatie centraal staan, en als we dan bepaalde groepen niet bereiken, dan zullen we met het College en met de regering een tandje bijsteken. -12- Mevrouw Bianca Debaets (CD&V): Goed dat er initiatieven zijn op verschillende fronten. Werken met influencers en brugfiguren is een goed idee. Dat werkt voor bepaalde groepen waarschijnlijk beter dan klassieke affichecampagnes. Welnu,mijnheer de voorzitter, ik was -zoals dat hoort -netjes binnen de tekst van mijn ingediende vraag gebleven, maar er zijn ondertussen een aantal nieuwe, toch wel onrustwekkende elementen bij gekomen. Het is een goede zaak dat de collega’s het debat hebben opengetrokken. Ook interessant en nuttig was dat de heer Gilles Verstraeten u, mevrouw de collegevoorzitter, er nogmaals aan herinnerde hoe het zit met de bevoegdheidsverdeling. Dat is zelfs blijkbaar voor u niet helemaal duidelijk. Collega’s, beeldt u zich even in dat Vlaams minister Wouter Beke al een jaar lang niet zou zijn opgedaagd in de commissie Welzijn en Gezondheid in het Vlaams Parlement: mensen zouden zijn ontslag eisen. In Brussel kan zoiets blijkbaar wel. We horen of zien u immers amper in dit dossier. Het is chaos. Ik hoor u graag zeggen -want die bezorgdheid leeft blijkbaar ook binnen de meerderheid -U zegt dat er protocollen en conventies zijn, maar die worden niet nageleefd, en u geeft niet thuis om ze af te dwingen. Mevrouw Els Rochette (one.brussels-sp.a): Ik ben verheugd dat de VGC betrokken is bij verschillende werkgroepen. Het is belangrijk om daar het overzicht over te bewaren. Soms moet Vlaamse communicatie aangepast worden aan de Brusselse werkelijkheid. In dat verband is de achttientalige infocampagne waar Foyer aan werkt enorm belangrijk. Het is goed dat het personeel van lokale dienstencentra zoveel interesse had voor de informatiesessies. Wat waren de vaak gestelde vragen? Welke hete hangijzers werden er besproken? Wat is de stand van zaken van de mobiele vaccinatieteams? Het is uitstekend om te horen dat u het Nederlands heel belangrijk vindt in de vaccinatiecentra, tijdens Covid-19tests en bij contactopsporing. De taalregeling is uiteraard vastgelegd in protocollen. Hoe zorgt u ervoor dat die protocollen in alle centra nageleefd worden? De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik juich toe dat het beleid zich wederom wendbaar toont. Het laat nog maar eens zien dat de VGC bepaalde zaken maar beter in eigen regie houdt. U verwijst naar protocollen en bestaande afspraken, maar een bezoeker van het testcentrum bij Merode die in het Nederlands geholpen wilde worden, kreeg nul op het rekest: “Les choses sont faites en fran\347ais \340 Bruxelles.” Later werd de politie er zelfs bijgehaald omdat de man aandrong op zorgverlening in het Nederlands. We weten dus waar we aan toe zijn met de naleving van uw protocollen! U laat de heer Alain Maron er zomaar mee wegkomen om in de commissie Gezondheid van gisterennamiddag te verklaren dat hij het nog eens vriendelijk zal vragen maar van de centra niet kan eisen dat mensen in het Nederlands geholpen worden. U bent medebevoegd collegelid voor Gezondheid, maar u laat uw tanden niet zien. U ziet onvoldoende toe op de naleving van de rechten van Nederlandstaligen in Brussel. Neem uw volle verantwoordelijkheid eindelijk eens op! -13- Mevrouw Khadija Zamouri (Open Vld): Burgers ontvangen nu al uitnodigingen van vaccinatiecentra. Wat is dan de bedoeling van de mobiele vaccinatieteams? Zijn ze twee- of meertalig? Wanneer worden ze inge Op de Googleformulieren wordt niet naar de taal gepeild, stipt raadslid Carla Dejonghe aan. De gemeente zegt dat er te weinig tijd is om in vertalingen te voorzien. Taal is echter wettelijk vastgelegd. We moeten er dus voor zorgen dat burgers in minstens twee talen bediend kunnen worden, liefst nog meer. De heer Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang): Mevrouw de collegevoorzitter, u gaat nogal licht over het taalaspect heen. Protocollen zijn goed, maar we zijn er niets mee als ze dode letter blijven. Getuigen geven aan dat ze meestal wel in het Nederlands onthaald worden, maar bij het personeel dat het vaccin toedient, is het andere koek. Die zorgverleners zijn nochtans hoogopgeleid. Je zou denken dat eenvoudige gesprekken over vaccinatie ook in het Nederlands moeten kunnen. Mevrouw de collegevoorzitter, het is uw taak om een mentaliteitswijziging af te De heer Jan Busselen (PVDA): Mevrouw de collegevoorzitter, hebt u contact gehad met de Brusselse Huisartsenkring (BHAK)? De huisartsen kunnen helpen met bewustmaking. We weten immers dat vaccinatiewantrouwen deels het gevolg is van het gebrek aan betrouwbare informatie. Tegelijkertijd weten de huisartsen natuurlijk ook of de risicogroepen en de oudere patiënten die ze behandelen, bereikt worden en bij de vaccinatiecentra raken. Duizenden mensen werden al Collegevoorzitter Elke Van den Brandt: De medewerkers van lokale dienstencentra stelden beide informatiemomenten zeer op prijs. Ze hebben behoefte aan laagdrempelige basisinformatie op maat. Een screening die de overvloed aan informatie herleidt tot bruikbare tools en bronnen kan soelaas bieden. Er is ook vraag naar ondersteuning in de omgang met vaccintwijfelaars. Wat als iemand sterke twijfels uit over de vaccinatie en daar anderen in meetrekt? Welk bewustmakingsmateriaal is er voorhanden? Welke rol spelen de lokale dienstencentra? Wanneer krijgen hun medewerkers een vaccin? Voorts blijft nepnieuws, dat welig tiert op sociale media, een hele uitdaging. Daarom is het van tel dat het aanbod waarop burgers bij de organisaties kunnen intekenen, zichtbaar is. Mensen moeten weten welke ondersteuning er bestaat. Over de mobiele vaccinatieteams maakt het College momenteel praktische afspraken met de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). Eerstelijnszone BruZEL heeft onlangs groen licht gekregen van de Vlaamse Gemeenschap om zijn mobiel vaccinatieteam in te zetten voor de vaccinatie van kwetsbare Brusselaars in Nederlandstalige organisaties. Zulke mobiele teams gaan ter plaatse om het vaccin toe te dienen. Hun aanbod is bedoeld voor Brusselaars die zich niet naar een vaccinatiecentrum kunnen begeven. Wie zich wel kan verplaatsen, wordt zo veel mogelijk naar de ‘vaste’ vaccinatiecentra doorverwezen. Het mobiele team vormt louter een aanvulling. Het is kortom de bedoeling dat het team van BruZEL ingeschakeld wordt als een deel van het globaal plan rond mobiel vaccineren, maar dan toegespitst op Nederlandstalige organisaties. -14- Overleg met de BHAK vindt plaats via het Huis voor Gezondheid en BruZEL, die de signalen van de huisartsen overmaken aan het College. Het ligt voor de hand dat alle zorgverleners uit de eerstelijnszorg betrokken moeten worden. Ik hecht wel degelijk belang aan de correcte toepassing van de taalwetgeving. Daartoe heb ik gevraagd om ingelicht te worden over hoe de protocollen worden toegepast. Zowel bij medisch personeel als bij onthaalmedewerkers moet te allen tijde een Nederlandstalige aanwezig zijn. Ik herhaal dat het College zijn verantwoordelijkheid neemt door twee \340 drie keer per week in werkgroepen te overleggen met de GGC. Het Googleformulier dat niet peilt naar taal is een heikel punt. Het College laat het deze week nakijken en indien mogelijk bijsturen opdat de Brusselse talenrijkdom ten volle wordt aangeboord. Mevrouw Bianca Debaets (CD&V): Ik heb mijn punt gemaakt. Het feit dat collegevoorzitter Elke Van den Brandt mijn vragen alsnog onbeantwoord laat, spreekt boekdelen. Mevrouw Els Rochette (one.brussels-sp.a): Wanneer zal u de feedback over het opvolgen van het protocol ontvangen? Eigenlijk moet alles maandag al in orde zijn. Het is fijn om te horen dat eerstelijnszone BruZEL al mobiel vaccineert. Voor 85-plussers en andere mensen die de hulp het snelst nodig hebben, moet de vaccinatiecampagne nu al draaien. Vandaag is snelheid belangrijker dan wanneer de jongeren over enkele maanden aan de beurt zijn. Van de GGC heb ik nog niets opgevangen over mobiele vaccinatieteams. Voorlopig verloopt alles dus via BruZEL? Collegevoorzitter Elke Van den Brandt: Ik breng u zo snel mogelijk op de hoogte van de precieze data. Drie werkgroepen komen wekelijks of tweewekelijks samen om de vaccinatiecampagne te bespreken. De GGC heeft onlangs richtlijnen overgemaakt aan de verschillende vaccinatiecentra. Ik hoop zo snel mogelijk een antwoord te hebben op uw vragen, waarvan ik vermoed dat u ze in de GGC zult herhalen. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik heb een vraag die al twee maanden op de agenda staat, maar nog niet beantwoord is. Wie weet volgende week. De voorzitter: Dit debat is belangrijk, maar houdt u zich alstublieft aan uw spreektijd. Vandaag heb ik wat marge gelaten, maar volgende keer schakel ik uw microfoon uit als u te lang het woord voert. – Het incident is gesloten. SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG (R.v.O., art. 59, 6) De evaluatie van de Ronde van Brussel De heer Gilles Verstraeten (N-VA): In 2020 konden 345 Brusselse leerkrachten en directies van 18 scholen tijdens een Ronde van Brussel hun ideeën meegeven over de toekomst van het -15- onderwijs en het lesgeven in Brussel. Ook scholen die niet geselecteerd werden, konden hun mening kwijt via een online enqu\352te, die van begin maart tot midden mei 2020 liep. De concrete aanbevelingen zijn gebundeld in zes thema’s: (1) het leerkrachtentekort en -verloop en de waardering van het beroep; (2) het omgaan met meertaligheid -hoe kan het ook anders?; (3) de schoolinfrastructuur- en uitrusting; (4) de samenwerking met welzijnsorganisaties; (5) de Brede School en breed leren en (6) de ouderbetrokkenheid. De voorstellen gaan van: het lesgeven in Brussel aantrekkelijker maken tot het verspreiden van een positief, realistisch beeld van de job als leerkracht, maar ook samenwerken met lerarenopleidingen en de ouders betrekken als volwaardige partner. Alle ideeën zijn nu gebundeld in een magazine dat naar alle Nederlandstalige scholen in Brussel verstuurd wordt, maar er is ook een online versie. De aanbevelingen zouden deel uitmaken van het nieuw strategisch meerjarenplan van de VGC. De komende jaren moeten ze een leidraad vormen om acties uit te werken voor het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Deze maand, zo heb ik vernomen, start de VGC met een campagne die deze voorstellen in de praktijk moet brengen, onder meer aan de hand van een samenwerking met het Franstalig onderwijs in Brussel vanaf volgend jaar. Daar ben ik echt wel heel curieus naar. Daarom had ik graag volgende vragen gesteld. Hoeveel scholen namen deel aan de online enqu\352te die liep van maart tot mei 2020? Hoe kijkt collegelid Sven Gatz terug op die Ronde van Brussel? Welke aanbevelingen zijn opgenomen in het nieuw strategisch meerjarenplan van de VGC? Wat zijn de concrete ambities? Op welke manier gaat de VGC dit jaar met deze maatregelen aan de slag, bv.op het vlak van meertaligheid? Kan het collegelid iets meer vertellen over de campagne die deze maand is gestart? Op welke manieren wilt het collegelid nog samenwerken met het Franstalig onderwijs in Brussel? Er is op dit moment de tweetalige lerarenopleiding meermaals voor gepleit om te bekijken welke samenwerking er mogelijk is, nota bene om het taalonderwijs Nederlands te versterken in het Franstalig onderwijs, want daar zijn serieuze problemen. Maar het geldt zeker ook in omgekeerde richting. Ik ben dus heel benieugezegd dat mevrouw Caroline Ben Weyts nu misschien wel andere zaken aan hun hoofd hebben. De heer Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang): In de pers konden we lezen dat het collegelid een campagne opstart die onze leerkrachten positief in de kijker wil zetten en ook nieuwe leerkrachten wil aantrekken. De start van de communicatiecampagne is het lanceren van een muzieknummer van twee Brusselse hiphoppers. Voor de ongeveer 50.000 leerlingen in 150 Nederlandstalige basisscholen en 40 secundaire scholen zijn onze 7.500 leerkrachten onontbeerlijk. Het collegelid laat optekenen dat de leerkrachten geen schouderklopjes willen, maar wel waardering verdienen en dat u daarom blijk van waardering afslaan, maar ik weet dat velen zich de vraag stellen of we hier eigenlijk op zaten te wachten. -16- De problemen van en de uitdagingen voor onze leerkrachten zijn legio. Voornamelijk gaat het dan om de verhoogde werkdruk wanneer collega’s uitvallen en er tijdelijke hulp of vervanging moet worden gezocht. Die vervanging wordt dan vaak gevonden bij de mensen die eigenlijk zouden moeten instaan voor de ondersteuning van de leerkrachten. Vaak kunnen zij zich niet wijden aan hun kerntaak maar spelen zij voortdurend vervanger van uitvallende collega’s. Die druk is er door de coronamaatregelen enkel groter op geworden is. Er wordt met de campagne ook naar gestreefd om het beroep van leerkracht aantrekkelijker voor te stellen en binnen Brussel jonge mensen te motiveren om leerkracht te worden. Wat dat laatste betreft lijkt het mij toch zinvoller dat talentvolle leerlingen uit ons onderwijs door hun leerkrachten gemotiveerd en gecoacht zouden wordleerkracht te kiezen. Ik denk dat we daar in de scholen zelf de sleutel in handen hebben. De leerkracht zou als rolmodel moeten kunnen dienen voor de leerlingen om hun zo aan te zetten een job te zoeken in het onderwijs. We moeten het talent dat in onze scholen bij de leerlingen zit veel beter begeleiden en sturen in de strategische studierichtingen waaraan we in Brussel behoefte hebben. We hebben het heel vaak over de tekorten aan Nederlandstaligen in bepaalde beroepscategorieën, bmedisch personeel voor de vaccinatiecentra, of medisch personeel in onze openbare ziekenhuizen, personeel in onze openbare diensten, OCMW’s en gemeenten. Wanneer ons onderwijs deze niet of onvoldoende aflevert, moeten we ons afvragen of we wel efficiënt bezig zijn. In hoeverre strookt het opzet van deze campagne met de resultaten van de gesprekken die het collegelid in de scholen met de schoolteams heeft gehad? Wat zijn de concrete meetbare doelstellingen van deze campagne? Wat kost deze campagne? Wie is verantwoordelijk voor het ontwerp? Wat is de kostprijs daarvan? Wat is de gage voor de betrokken artiesten? Hoeveel afgestudeerden van onze middelbare scholen starten een opleiding leerkracht? Wat wil het collegelid doen om via de scholen jongeren ertoe te bewegen een loopbaan in het onderwijs te kiezen? Collegelid Sven Gatz: De Ronde van Brussel was een zeer boeiende ervaring. Er hebben zich 57 scholen kandidaat gesteld, waarvan 18 scholen uiteindelijk weerhouden werden. Er zijn daar verschillende gesprekken geweest – De scholen die niet geselecteerd werden, konden uiteindelijk via de online enqu\352te hun mening kwijt. In totaal namen 168 personen uit het Nederlandstalig onderwijs in Brussel deel aan de enqu\352te 50 % van de deelnemers was leerkracht, 20 % was directie en de overige 30 % was een mix van ondersteunende en andere professionelen werk De deelnemers kwamen vooral uit het basisonderwijs (45 %) en het secundair onderwijs (30 %). De overige deelnemers kwamen uit het buitengewoon onderwijs, de universiteiten en hogescholen, de centra voor volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs en de overko De aanbevelingen kent u ondertussen wellicht al. Ik zal ze kort nog even overlopen. 1. Verspreid een positief, realistisch beeld van onze job. 2. Maak lesgeven in Brussel aantrekkelijker. 3. Werk samen met de lerarenopleidingen. 4. Blijf inzetten op vorming en ondersteuning van de schoolteams. 5. Verken en ondersteun pedagogisch en didactisch -17- vernieuwende initiatieven. 6. Faciliteer en coördineer de samenwerking tussen scholen en externe welzijnsorganisaties. 7. Zorg voor een breed, sterk talig en laagdrempelig aanbod, ook in de vrije tijd. 8. Stimuleer ouderbetrokkenheid. 9. Zorg voor flexibele en deelbare schoolinfrastructuur. 10. Voorzie in voldoende IT-materialen voor leerlingen en leerkrachten. De aanbevelingen maken deel uit van het strategisch meerjarenplan. De acties die gelinkt zijn aan de Ronde, worden in het strategisch meerjarenplan aangeduid met het label voor de Ronde van Brussel, een hoofdletter R in een blauwe bol. De bijna definitieve conclusies heben we al zoveel mogelijk proberen te verwerken in het strategisch meerjarenplan. De komende maanden en jaren zullen deze focuspunten worden geconcretiseerd en opgevolgd in actieplannen en acties. Er mogen dus zeker concrete voorstellen en initiatieven verwacht worden. Soms zullen bestaande acties verfijnd worden en waar nodig zullen nieuwe acties op het getouw gezet worden. Het overleg met Welzijn en Cultuur, Jeugd, Sport is al aan de gang en zal nog intensiever gebeuren. Een aantal aanbevelingen is bestemd voor andere overheden, en ook met hen zullen we in contact treden; dan gaat het vooral om de Vlaamse overheid. U vraagt specifiek naar de acties inzake meertaligheid. De VGC wil samen met het Onderwijscentrum Brussel (OCB), zoals reeds aangehaald tijdens de commissie Onderwijs van vorige week, inzetten op de professionalisering van de stadsleerkrachten met betrekking tot meertaligheid. Dit willen we doen door het bundelen, ontwikkelen en verspreiden van expertise over onderwijs in de diverse en meertalige omgeving van Brussel. Wij willen blijven inzetten op de ondersteuning van de kennis en het gebruik van het Nederlands om de groeikansen van de Brusselse jongeren te versterken. Vanuit de mapping van de bestaande initiatieven rond meertaligheid in het onderwijs bleek dat Brussel al heel wat waardevolle initiatieven kent. Die zullen we delen met de twee onderwijsnetten. De VGC en het OCB zullen de huidige initiatieven onder de aandacht brengen, ze uitbreiden en versterken, maar ook inhoudelijk en financieel ondersteunen. Dat doen we stap voor stap. We zullen ook bekijken hoe de samenwerking tussen het Nederlandstalig en Franstalig onderwijs kan versterkt worden. Om even in te gaan op de vraag van de heer Verstraeten: er zijn momenteel geen nieuwe elementen die u of mij ontglippen. De contacten met de Vlaamse en Franstalige onderwijsoverheden zullen terug opgenomen worden als de Covidsituatie genormaliseerd is. Ondertussen wil ik wel bekijken of we de campagne samen met de Franstalige collega’s kunnen doen. Momenteel is die samenwerking een wens van mij, maar laten we eerst rustig de effecten van de campagne bekijken. Dat zal in de zomer gebeuren. Waardering en respect voor leerkrachten in Brussel is een onderwerp dat leeft in onze Brusselse scholen. Maar liefst 15 van de 18 scholen die deelnamen aan de Ronde van Brussel hebben dit spontaan aangebracht. De thematiek gaat verder dan louter het lerarentekort en het grote verloop. Het gaat erom of de mensen wel een zicht op hebben wat die leerkrachten doen. Sommigen idealiseren het, anderen vinden dat ze zich in een stadsjungle wagen. Geen van beide -18- is echter waar. Volgens de meeste schoolteams zijn de Brusselse ketjes en meisjes gewone kinderen, soms met speciale uitdagingen of problemen, maar in de eerste plaats gewone kinderen. Dat zouden ze graag meer aan bod zien komen, liefst op een positieve manier. Dat was een gelanceerd. Deze campagne heeft verschillende doelstellingen en we gaan gefaseerd te werk. Wat u vorige week gezien hebt, is dus maar het begin. In een eerste fase van de campagne, de lancering van het rapnummer, zetten we in op positieve beeldvorming met als belangrijkste boodschap: leerkrachten maken h\351t verschil en zijn belangrijk. Door hen positief in de kijker te zetten tonen we dat ze onze waardering en die van alle Brusselaars Ik heb in elk geval heel veel fijne reacties gehad van de schoolteams. Mocht u andere geluiden opgevangen hebben, mag u mij die altijd doorspelen. Er was alleszins een goede vibe. Het lied heeft een jeugdige uitstraling zodat we de jongeren en de leerkrachten bereiken. In een tweede fase van de campagne zetten we sterke verhalen in de kijker van leerkrachten die het verschil maken. Dat zou volgende maand moeten gebeuren. We doen via een brede mediacampagne een oproep naar verhalen en rekenen hiervoor op respons vanuit de Brusselaars zelf om verhalen van rolmodellen en hun favoriete leerkrachten te vertellen. Zo wordt de rapsong omgezet in een meer inhoudelijk verhaal. In een derde fase, in de maand mei, gaan we over tot een concrete rekruteringscampagne. Realistische beeldvorming rond lesgeven in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is daarin de rode draad. Het doel op middellange termijn is een sterkere instroom van Brusselse jongeren in de lerarenopleidingen. Aanvullend aan deze campagne worden er vanuit het Onderwijscentrum Brussel (OCB) ook heel wat inhoudelijke initiatieven verdergezet en zelfs versterkt. We willen nu een campagne op het getouw zetten die meer is dan een som van twee Brusselse rappers. Dat is een goed begin, maar en maanden lopen. Daarna bekijken we hoe we de campagne kunnen verlengen. Ik geloof niet in ‘one shot’-campagnes. Dat werkt niet. Ten eerste moet je voldoende geld inzetten. Ten tweede moet de campagne voldoende lang aangehouden worden. We zullen dit verschillende jaren doen en moeten doen. Dan zullen we bekijken of en wanneer een samenwerking met de Franstalige collega’s zinvol is. De prijs van de campagne is op dit ogenblik 230.000 euro. Dat is veel geld, maar het heeft weinig zin om aan een campagne te euro. Het is eigenlijk nog altijd relatief weinig geld voor het bereik dat we willen realiseren. Het kan zelfs nog meer worden. Ik denk dat dat een goede investering zal zijn. Destijds heeft men ook smalend gedaan over de eerste campagnes van het Nederlandstalig onderwijs. Op initiatief van Hugo Weckx werden grote affiches van 20 m2 opgehangen. Dat vond men allemaal nogal gek in het begin. Alleen door dat jarenlang vol -19- bepaalde resultaten. Dat is wat ik ook wil doen met betrekking tot de positieve waardering van de leerkrachten en de instroom van nieuwe leerkrachten. Van die 230.000 euro gaat 7.500 euro (exclusief btw) naar de bezoldiging van de artiesten. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben ge\357nformeerd over zowel de campagne als de Ronde van Brussel, maar luister naar uw aanvullende vragen. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik heb in dit stadium niet meteen nog vragen. Als het goed is, mag campagne redelijk lang aan te houden. Ik ben benieuwd naar de volgende fase. Het is inderdaad goed om de zaken realistisch en niet overdreven negatief te benaderen, en evenmin te idealiseren, zoals de leerkrachten vragen. Ik ben oprecht heel benieuwd naar de verhalen van Brusselaars over hun favoriete leerkrachten. Ik denk dat dat een interessant beeld zal schetsen. Wat de samenwerking met de Franse Gemeenschap betreft, volg ik u ook wel ergens. In de eerste plaats moeten we onze eigen zaken op orde hebben. Mijn volgende vraag gaat over immersieonderwijs in de Franse Gemeenschap. Ik snap dat dat momenteel on hold staat, omdat de heer Ben Weyts en mevrouw Caroline D\351sir, die constant met elkaar in contact staan, momenteel andere katten te geselen hebben. Zodra we uit de crisis zijn, wordt het belangrijk om na te gaan welke stappen we vooruit kunnen zetten om het onderwijs in Brussel over het algemeen sterker te maken. De heer Dominiek Lootens-Stael (Vlaams Belang): Ik leer dus dat dit maar een eerste aanzet is. We kijken dan natuurlijk vol verwachting uit naar wat nog komt. Ik deel in elk geval uw mening dat men voor een appel en een ei geen fatsoenlijke campagne kan voeren en dat het nuttig is dit lang, eventueel jarenlang, aan te houden om uiteindelijk voldoende effect te sorteren. Ik kom nog even terug op mijn suggestie met betrekking tot het zoeken van nieuwe potentiële leerkrachten op onze eigen schoolbanken. Ik ben de mening toegedaan dat een goede, gemotiveerde leerkracht die op een aangename, dynamische manier les kan geven, in feite de beste headhunter kan zijn die ons Nederlandstalig onderwijs in Brussel zich kan dromen. Misschien moet eens worden nagedacht of er geen systeem op poten kan worden gezet om leerkrachten ertoe aan te zetten headhunter te worden voor ons Nederlandstalig onderwijs. Ze kunnen het potentieel in hun klassen aanboren en de leerlingen die in aanmerking komen voor het vak van leerkracht, ervoor warm maken en ertoe aanzetten de nodige opleidingen aan te vatten. We moeten daarover eens nadenken, want dat kan een extra instrument zijn om nieuwe gemotiveerde leerkrachten te vinden. Collegelid Sven Gatz: De heer Verstraeten geeft het goed aan. We zetten dit verder, stap voor stap. Wat de heer Lootens-Stael suggereert, doen we al. Ik zal u de informatie daarover nog eens bezorgen. We kunnen ons inderdaad wel afvragen waarom het dan onvoldoende impact heeft, want de instroom is effectief niet groot. Maar we doen dit wel al een aantal jaren. Collegelid Vanhengel is daarmee begonnen. Ik zal u die informatie geven en bij mezelf ook nog eens te rade gaan hoe we dit in het kader van deze campagne kunnen versterken. – Het incident is gesloten. -20- VRAGEN OM UITLEG (R.v.O., art. 59) De toekomst van het immersie De heer Gilles Verstraeten (N-VA): De Franse Gemeenschap organiseert al sinds 1989 immersieonderwijs in het basis- en secundair onderwijs. Vandaag is in de Franstalige Brusselse scholen, op basis van de wet op het taalgebruik in scholen uit 1963, enkel Nederlands mogelijk als tweede taal -en dus ook als immersietaal -van de derde kleuterklas tot het derde middelbaar. Dat geldt niet voor de scholen in Wallonië, waar die wet op het taalgebruik in het onderwijs niet van toepassing is en waar dus ook kan worden gekozen voor het Engels of het Duits, een beetje afhankelijk van waar de school is gelegen. In het Parlement van de Franse Gemeenschap werd in februari een voorstel van decreet ingediend om in de Brusselse Franstalige scholen ook immersieonderwijs in het Engels mogelijk te maken. Ik vond dat een vrij choquerend voorstel, gelet op de problemen die er in het Franstalig onderwijs al bestaan met het Nederlands. Het voelde voor mij een beetje aan alsof het niet lukt met het Nederlands en ze dat dan maar overslaan om meteen naar het Engels over te gaan. Ik herhaal dan ook mijn pleidooi dat wij als N-VA ervan overtuigd zijn dat een degelijke kennis van meerdere talen een absolute troef is voor iedere jongere en een verrijking voor de samenleving, zeker in Brussel, onze ongelofelijk meertalige stad. Maar het is volgens mij een slecht voorstel om het Engels als immersietaal beschikbaar te maken als het Franstalig onderwijs er al niet in slaagt om het Nederlands degelijk te onderwijzen. Dat zou het eerste doel moeten zijn, namelijk Brusselse jongeren tweetalig laten afstuderen, in de twee landstalen die hier de officiële talen zijn. Meertaligheid in Brussel begint voor onze partij altijd bij een duidelijk respect voor de wettelijke tweetaligheid. Wij proberen al lang in Brussel een debat te starten over een beter talenonderwijs in de Franstalige scholen. Dat gaat over verschillende elementen. De Franse Gemeenschap zou eigenlijk extra inspanningen moeten leveren en de onderfinanciering van haar Brussels onderwijs aanpakken. Dat moet immers meer uren Nederlands financieren dan zijn Waalse tegenhanger, maar krijgt daar geen extra middelen voor. Ook stellen wij al lanVlaamse en de Franse Gemeenschap gaan samenzitten en tot een akkoord komen over hoe we de lat in het onderwijs, en vooral het talenonderwijs, in Brussel kunnen verhogen. Maar zoals u al hebt aangegeven, is dat misschien nog niet vandaag of morgen aan de orde. Wat vindt u ervan dat het Engels het Nederlands als immersietaal in Brusselse Franstalige scholen zou kunnen vervangen? Hebt u contact gehad met de Franse Gemeenschap over dit dossier? Welke initiatieven worden er nog genomen om het tweetalig onderwijs Nederlands-Frans te versterken? Collegelid Sven Gatz: Voor de VGC -en ik durf te hopen dat dat breder is dan enkel het College – is het duidelijk: meertaligheid is een troef. Talenkennis is zonder meer een plus, in Brussel en ook in de rest van de wereld. Brusselse identiteit. Daarover hebben we de voorbije week nog interessante debatten gevoerd -21- in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Meertaligheid is vooral een springplank naar een job. Dat zeg ik niet, maar tonen de cijfers van Actiris aan: in 53 % van de vacatures in Brussel is de kennis van twee of drie talen expliciet vereist, in 80 % daarvan is de kennis van het Nederlands en het Frans vereist, en in 40 % het Engels. We onderschrijven dus die meertalige logica. We ondersteunen zoveel mogelijk initiatieven in die zin, zoals ‘stimulerend meertalig onderwijs in Brussel’ (STIMOB) en het meertalig lesgeven (de CLIL-methodiek). Mijn voorganger heeft de tweetalige lerarenopleiding in de steigers gezet, die we zullen voortzetten en verder zien evolueren. Elk initiatief dat de meertaligheid kan bevorderen, zullen we versterken. Ik kom bij uw vraag over het Engels, dat het Nederlands als immersietaal in de Brusselse Franstalige scholen mogelijk zou vervangen. Het Franstalige onderwijs heeft natuurlijk zijn eigen decretale bevoegdheden en neemt ook initiatieven om de meertaligheid te versterken. Dat kunnen we vanuit de VGC enkel toejuichen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft er immers alle baat bij dat zijn inwoners minstens de Nederlandse en de Franse taal goed onder de knie hebben. We hopen natuurlijk dat de Franstalige collega’s het belang blijven inzien van het Nederlands in een meertalig Brussel. Zij weten ook zelf dat er op dat punt hier en daar wel een tandje zal moeten worden bijgestoken, om het enigszins eufemistisch te zeggen Wat de cijfers betreft, is er op dit moment geen reden tot ongerustheid. Voor het lopende schooljaar bieden slechts 3 van de 27 Franstalige Brusselse secundaire immersiescholen Engels als immersietaal aan. In het basisonderwijs bieden alle Franstalige Brusselse immersiescholen Nederlands als immersietaal aan. Uw vraag geeft aanleiding tot een breder debat in België, maar in Brussel wordt er qua immersie toch heel duidelijk gekozen voor het Nederlands. Ik heb gisteren nog een kort informeel contact gehad met mevrouw Caroline D\351sir op de ontmoeting tussen de Hoofdstedelijke Regering en de Franse Gemeenschap. Ik denk dat er bij hen nog wel interessante initiatieven in de pijplijn zitten en ik heb echt geen signaal ontvangen dat de positie van het Nederlands Op uw vraag welke initiatieven we nemen om het tweetalig onderwijs te versterken, kan ik enkel maar herhalen wat u weet. Wij willen dus de meertaligheid Nederlands, Frans en Engels, in combinatie met thuistalen, op de kaart blijven zetten. Dat vergt natuurlijk een zeer specifieke aanpak. Gemakshalve verwijs ik naar ons debat van vorige week in de Commissie voor Onderwijs over ‘Brussel Vol Taal’, waar we op dit ogenblik de bestaande kennis en mogelijkheden nog eens buitbouwen. Op dat stramien gaan we verder, rekening houdend met specifieke aanpakken binnen scholen. Het Onderwijscentrum Brussel blijft daarbij voor de nodige kwaliteitsondersteuning zorgen. We gaan dus op die ingeslagen weg verder. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): U haalt zelf een aantal punten aan. U zegt dat er 27 immersiescholen in het Franstalig secundair onderwijs in Brussel zijn en dat slechts 3 daarvan immersie in het Engels aanbieden. In het basisonderwijs is er enkel immersie in het Nederlands. -22- Dit is niet de vrije keuze van die immersiescholen. Momenteel is het wettelijk vastgelegd dat men vanaf het derde middelbaar in de Franstalige immersiescholen naast Nederlands als tweede taal het Engels als derde taal kan aanbieden. Dit geldt op basis van de wet van 1963, die werd opgesteld toen onderwijs nog een federale bevoegdheid was. Die wet is nog ten volle van toepassing in Brussel en bepaalt hier ook deels de limieten van het Nederlandstalige onderwijs. Wij zouden er bv.niet voor kunnen opteren om het Engels als tweede taal aan te bieden. Op Vlaams niveau zou dit wel kunnen, maar daar is men slim genoeg om in te zien dat de tweede taal best het Frans is in een land waarin dat de tweede grootste taal is. Het is een beetje spijtig dat men dat in Wallonië niet beseft. Ik ben blij te horen dat minister Caroline D\351sir de ambitie niet heeft om daaraan te morrelen. Kan het collegelid bevestigen dat zij het er niet met eens is om te raken aan het Nederlands als verplichte tweede taal in het Franstalig onderwijs? Kan er dieper worden ingegaan op de initiatieven die er in het Franstalig onderwijs zullen aankomen om het Nederlands te versterken? Uiteraard interesseert dit mij ten zeerste. Collegelid Sven Gatz: Ik kan enkel zeggen dat ik gisteren een interessant onderhoud had met minister Caroline D\351sir, maar ik ben niet haar woordvoerder en zeker niet haar politiek verantwoordelijke. Het is voor mij moeilijk tot onmogelijk om informatie te geven over wat zij zelf later zou willen bekendmaken. Ik kan enkel zeggen dat zij volgens mij de juiste richting op gaat. De positie van het Nederlands, in het algemeen en in de immersiescholen in het bijzonder, wil zij verder uitbouwen. Er zal worden bekeken gebeuren. De initiatieven van de Franse Gemeenschap zullen we te weten komen wanneer ze door hen worden gecommuniceerd. Het was interessant dat de heer Gilles Verstraeten de federale onderwijswet aanhaalde. Dat is voor mij geen relict uit het verleden. In de huidige en toekomstige federatie of confederatie vind ik dat dergelijke elementen rond taalwetgeving federaal of confederaal moeten blijven. Dat is een politieke stelling. Er zijn een aantal afspraken die het belang of respect dat we aan elkaars taal willen geven. Volgens mij is dat federale niveau dus de juiste plaats. Daarmee wil ik niet hebben gezegd dat we hierover in de Kamer of federale regering niet kunnen praten. Dat is echter een ander verhaal. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik vind het interessant dat collegelid Sven Gatz hierover een politieke stelling inneemt. Ik leid daaruit af dat hij zegt dat het evident is dat het Nederlands verplicht de tweede taal moet blijven in het Brussels Franstalige onderwijs. Goede afspraken maken goede vrienden. Het zou nog beter zijn indien dit ook in Wallonië de afspraak zou zijn, want dat zou het wederzijdse begrip misschien versterken. Wat immersieonderwijs betreft is het goed om te horen dat de Franse Gemeenschap daarvoor in Brussel meer inspanningen wil leveren. Ik zou de cijfers er nog eens op moeten nakijken, want de laatste die ik bekeek dateren intussen van 1 jaar geleden. Het is eigenlijk opvallend dat de Franse Gemeenschap verhoudingsgewijs meer immersiescholen in Wallonië heeft dan in Brussel. Volgens mij is de nood in Brussel veel hoger. Als we kunnen helpen om meer immersieonderwijs in Brussel mogelijk te maken, dan zou dat zeer positief zijn. – Het incident is gesloten. -23- Het project Samen naar School Mevrouw Hilde Sabbe (one.brussels-sp.a): Er bereikt ons een signaal van heel wat ouders uit verschillende Nederlandstalige scholen in Brussel, en voornamelijk in Molenbeek, die vinden dat de positieve effecten van het project ‘Samen naar School’ minder zichtbaar zijn sinds het initiatief werd overgenomen door het Onderwijscentrum Brussel (OCB). De initiële doelstelling van dit project was om ouders te laten kennismaken met scholen in de buurt die ze niet goed kennen. Door de promotie van deze scholen, bv.door infoavonden en schoolbezoeken te organiseren, hebben we bij de opstart van dit project kunnen vaststellen dat het aantal inschrijvingen van Nederlandstalige kinderen in een buurtschool steeg en dat de sociale mix in de verschillende Nederlandstalige scholen steeds meer een goede weerspiegeling gaf van de diversiteit van de woonwijk. Een goede sociale mix is trouwens de beste garantie voor een gelijkekansenonderwijs. Het project werd niet enkel in Molenbeek uitgevoerd, maar ook in andere gemeenten, met de steun van de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Dit raakt aan de bredere problematiek van capaciteitsproblemen en concentratiescholen. Veel Nederlandstalige ouders willen hun kinderen naar dezelfde scholen sturen, waardoor daar grote tekorten ontstaan. Het is dus belangrijk om andere scholen actief te promoten. Vaak helpt het indien mensen in groep kennis maken met een school waar ze misschien eerst niet aan dachten. Hoe werkt dit project op dit moment? Hoeveel Nederlandstalige scholen nemen deel aan het project en worden daarbij door het OCB on Beschikt het collegelid over recente cijfers van het aantal Nederlandstalige kinderen dat ingeschreven is in de verschillende Nederlandstalige concentratiescholen in Brussel? Werd het project Samen naar School sinds het initiatief werd overgenomen door OCB reeds geëvalueerd? Collegelid Sven Gatz: Het project Samen naar School startte in 2008-2009, toen het onder de toenmalige inschrijvingsregels mogelijk was om zich samen in te schrijven in een Nederlandstalige school. Er waren verschillende activiteiten, zoals een centraal infomoment, een scholenmarkt, openschooldagen en een terugkomavond voor ouders om onderling informatie uit te wisselen over de bezochte scholen. Al die dingen werden georganiseerd om de schoolpopulatie in een buurtschool een weerspiegeling te maken van de buurt, met een waardevolle sociale, talige en culturele mix. Momenteel spreken we niet meer van een afzonderlijk project, maar zijn de activiteiten die we hierrond organiseren volledig ge\357ntegreerd in de campagne ‘Inschrijven in Brussel’, meer bepaald in het ouderondersteunende luik. Daar waar er vroeger aparte campagnes van Inschrijven in Brussel en Samen naar School waren met elk een website, flyers en posters, is er nu 1 duidelijke website en eenduidig communicatiemateriaal. Hoeveel Nederlandse scholen nemen hieraan deel en hoe gebeurt dat allemaal? Het project op zich bestaat niet meer, maar het principe bestaat nog in een bredere context. Het is zeker nog steeds de bedoeling om ouders zo goed mogelijk te informeren bij het maken van een schoolkeuze voor hun kind. Dit gebeurt door het organiseren van infomomenten rond de -24- aanmeldings- en inschrijvingsprocedure voor ouders door het LOP basisonderwijs. Het Huis van het Nederlands is eveneens aanwezig op deze infomomenten om voorrang Nederlands te helpen en om afspraken te maken voor een taaltest. Door corona is dat allemaal wat onder druk komen te staan, waardoor de VGC een filmpje heeft gemaakt met de betreffende info. Dit filmpje werd op de website www.inschrijveninbrussel.be geplaatst. Zo hopen we meer of andere ouders te bereiken. Het filmpje is ook in het Frans en Engels beschikbaar. Daarnaast plaatst men tips voor ouders in verband met de schoolkeuze, info over kwaliteit van onderwijs en getuigenhet goed informeren van intermediaire partners om via het bredere netwerk zo veel mogelijk ouders te bereiken. penschool- en opendeurdagen van alle Nederlandstalige basisscholen worden bekendgemaakt via de website www.inschrijveninbrussel.be. Groepsbezoeken konden dit jaar niet of moeilijk doorgaan. De VGC heeft de scholen ondersteund door het maken van een overzicht van mogelijke alternatieven en het delen van goede praktijken. Mevrouw Hilde Sabbe vroeg naar enkele recente cijfers. De term ‘concentratieschool’ wordt vaak gebruikt, maar is geen officieel begrip. Er zijn geen objectieve criteria om dit te bepalen. De VGC heeft dus geen lijst van ‘de concentratiescholen in Brussel’. Uiteraard beschikt de VGC wel over gegevens van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) in verband met de thuistaal van leerlingen. In 2019-2020 scoorden bijna 35.000 van de bijna 50.000 leerlingen van het gewoon Nederlandstalig onderwijs in Brussel op de indicator taal. Dit betekent dat 71,7 % van de leerlingen Nederlands niet als thuistaal heeft. Deze cijfers zijn terug te vinden op de website van de onderwijsadministratie van de VGC. Een leerling scoort op de indicator taal van Ago Begin 2014 werd het project Samen naar School geëvalueerd, waarbij zowel de betrokken scholen als de ouders werden bevraagd. Op basis van deze evaluatie werden de doelstellingen van het project aangepast. De focus kwam meer te liggen op het informeren over de procedures, de situering van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel en de kwaliteit van het onderwijs. Het creëren van een sociale mix in de scholen kwam daarbij wat meer op de achtergrond. Er moet nu meer worden ingezet op de capaciteitsproblematiek. We proberen de zaken zoveel mogelijk met elkaar te verzoenen. Zo streven we participatie van alle scholen na en proberen we zoveel mogelijk ouders te bereiken. De scholenmarkt en de terugkomavonden boden volgens de evaluatie weinig meerwaarde en zijn dus gesneuveld. De meerderheid van de ouders vindt het onderling uitwisselen van informatie via Facebookgroepen nuttig. Bovendien verkiezen ouders nog steeds om persoonlijk k Mevrouw Hilde Sabbe (one.brussels-sp.a): Indien ik het goed heb begrepen is er dus sinds 2014 geen evaluatie meer geweest. Is het na de overname door het OCB dan geen tijd voor een nieuwe evaluatie? Ik vind het jammer dat er niet meer inspanningen worden gedaan om de sociale mix in de concentratiescholen te verhogen. -25- Collegelid Sven Gatz: We kunnen inderdaad een nieuwe evaluatie uitvoeren, zeker in functie van politieke doelstellingen rond het bekomen van een goede sociale afspiegeling. Het is dus een goed idee om de zaken nog eens te bekijken. – Het incident is gesloten. De voorlopige resultaten van de steekproef van de VGC-jeugdraad De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Dit thema komt niet echt aan bod in de VGC, omdat de debatten erover zich afspelen in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Desalniettemin verwijs ik naar een artikel op www.bruzz.be, waarin de voorlopige resultaten werden gepubliceerd van een steekproef van de VGC-jeugdraad naar de gevoelens die de politie bij jongeren opwekt. De steekproef werd zowel op straat als online afgenomen en werd op zondag 7 maart afgesloten. Volgens Bruzz hebben 1.631 jongeren al hun mening gegeven. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat 49 % van de respondenten de politie aan een vorm van boosheid koppelt en dat 4op 5Brusselse jongeren zich niet veilig voelen bij een contact met de politie. Dat is opvallend, want die cijfers staan in schril contrast met de resultaten van het onderzoek dat de politiezone Antwerpen in 2019 uitvoerde naar de beeldvorming over de politie bij de bevolking. Uit die steekproef , die voornamelijk bij 12- tot 18-jarigen werd afgenomen, blijkt dat 80 % van de respondenten de politie een positieve score geeft. De gemiddelde score op een schaal van +3 (heel goed) tot -3 (heel slecht) is 1. Slechts 13 % laat zich negatief uit en 7 % geeft aan de politie van Antwerpen niet te kunnen beoordelen. De steekproef zou ondertussen moeten zijn afgerond. Wat zijn de definitieve u ons het rapport van de steekproef bezorgen? Wat waren de onderzoeksvragen en de doelgroepen? Welke methodologie werd er toegepast? Hoe werden de respondenten geselecteerd? Hoe werd de steekproef online afgenomen? Waar werd de steekproef Wat vangt de VGC-jeugdraad of het College aan met de bevindingen van de steekproef? Worden die overgemaakt aan de beleidsverantwoordelijke instanties zoals Brusafe, de Gewestelijke en Intercommunale Politieschool of het Brussels Observatorium voor Preventie en Veiligheid? In welke mate was Brussel Preventie & Veiligheid bij de opmaak en uitvoering van de steekproef betrokken? Hoe verklaart u het verschil tussen de resultaten van het onderzoek in Antwerpen en het onderzoek in Brussel? De heer Pepijn Kennis (Agora): Het is interessant dat collega Els Rochette ook het woord zal nemen, aangezien zij aanwezig was bij een discussie met de jeugdraad over dit onderwerp. Binnen de VGC-jeugdraad volgt een werkgroep het thema antidiscriminatie, antiracisme en diversiteit op. Ik kan alleen maar toejuichen dat die inspraakraad zelf proactief met die -26- moeilijke thematiek aan de slag gaat. De meest zichtbare actie was de enqu\352te. De voorlopige cijfers die Bruzz publiceerde lijken reden tot ongerustheid te geven, maar die zijn niet per se representatief. Voorts gebeuren de discussies meestal elders. Het VGC-College heeft geen directe bevoegdheden inzake politieveiligheid, maar het kan wel een sleutelrol spelen in het verbeteren van de relatie tussen de jongeren en de ordediensten en de gemeenschap. We mogen het probleem niet enkel vanuit de invalshoek van de jongeren of de politie benaderen. Het moet van beide kanten worden benaderd. Gelukkig zetelen de collegeleden ook in de Brusselse regering en zijn ze lid van de meerderheidspartijen op federaal niveau. Er zijn dus hefbomen voor een beter beleid. Hebt u kennis genomen van de resultaten van de enqu\352te en van het panelgesprek dat daarop gevolgd is? Hebt u daarover contact gehad met de leden van de VGC-jeugdraad? Wat was het resultaat van dat contact? Hebt u zicht op de beoogde doelstellingen van dit traject van de jeugdraad rond antidiscriminatie, antiracisme en diversiteit? Zal de jeugdraad beleidsaanbevelingen opstellen rond het bestrijden van discriminatie en racisme? Hebt u zich als collegelid al geëngageerd om die aanbevelingen uit te voeren of door te spelen naar beleidsmakers op andere beleidsniveaus? Hebt u de problematische relatie tussen jongeren en ordediensten aangekaart bij uw collega’s in de Brusselse of federale regering? Wat zijn hun reacties daarop? Over welke hefbomen beschikt de VGC om er mee voor te zorgen dat de politie dichter bij de leefwereld van de jongeren staat? Zijn er al projecten in uitvoering? Beogen die dezelfde doelstellingen als de aanbevelingen en vragen in de resolutie die het Brussels Hoofdstedelijk Parlement onlangs heeft aangenomen? Ik maak een brug tussen de twee raden, aangezien wij daar als raadsleden alle zeventien in zetelen en u daar mee de uitvoerende macht bekleedt. Mevrouw Els Rochette (one.brussels-sp.a): Ik ben heel blij dat de jeugdraad de Brusselse jeugd actief polst over hun ervaringen met de politie in onze stad. De enquete is niet wetenschappelijk, maar dat hoeft ook niet. Ik lees ook nergens dat ze compleet representatief beweert te zijn. Het zijn ook geen academici. De rol van de jeugdraad is om de stem van de Brusselse jongeren te vertolken. Het siert hen dat ze daarvoor actief de stad intrekken om enquetes af te nemen. Daarnaast liep er nog een online bevraging. De jeugdraad werkt dus op verschillende fronten in dit belangrijk stedelijk debat waar veel jongeren al jaren van wakker liggen. Ik wil ze daarvoor uitdrukkelijk bedanken. De resultaten van de eerste steekproef zijn schrijnend, Vier op de vijf Brusselse jongeren geven aan dat ze zich niet veilig voelen bij een contact met de politie. Dat is een duidelijk signaal dat er een vertrouwensprobleem is. We moeten daar iets aan doen. Het grote vertrouwensprobleem tussen politie en burgers vormde vorig jaar de aanleiding om vier hoorzittingen in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement te organiseren. Daarbij werden ook jongerenorganisaties als JES, Uit De Marge en D’broej gehoord. De hoorzittingen leidden tot -27- een resolutie die op 18 december door een meerderheid werd aangenomen. Enkele kernpunten tegen selectieve controles, meer cokadettenschool. Op 2 maart organiseerde de VGC-wie Ajar Bentaha en Ayoub Ben Abdeslam, en met de politie, die onder meer was vertegenwoordigddoor Jurgen de Landsheer. Ook Eveline Vandevelde van het platform Stop Etnisch Profileren was aanwezig en ik kreeg de kans de resolutie toe te lichten. Meer dan honderd jongeren volgden dit debat en kijken uit naar constructieve oplossingen. De resultaten van de enqu\352te zijn wellicht nog niet verwerkt, maar ik ben heel benieuwd naar het advies dat daar uit zal voortkomen. Collegelid Smet, ik weet dat u dicht bij de jongeren staat. Ik roep u op om samen met hen naar duurzame strategieën te zoeken. Als collegelid van Jeugd kunt u de stem van de jongeren ook op andere fora versterken. Hoe denkt u dat verder op te nemen? Voorzitter: mevrouw Soetkin Hoessen. Collegelid Pascal Smet: De jeugdraad moet een megafoon voor de jongeren zijn en ervoor zorgen dat horgaan dat zijn eigen agenda en initiatieven bepaalt, maar uiteraard wordt de jeugdraad door de VGC-jeugddienst ondersteund en is er een permanente dialoog tussen de jeugdraad, de jeugddienst en het College. De bevraging die de jeugdraad over de relatie tussen jongeren en politie heeft georganiseerd, lijkt mij een heel terecht initiatief. Iedereen die in deze stad woont, weet dat de relatie tussen een deel van de jongeren en een deel van de politie problematisch is en dat er zelfs van een vertrouwensbreuk kan worden gesproken, wat in een normale rechtsstaat en democratie niet zou mogen gebeuren. Voor alle duidelijkheid: de bevraging van de jeugdraad is geen wetenschappelijk onderzoek. De resultaten mogen dus niet worden veralgemeend en als d\351 mening van alle Brusselse jongeren worden beschouwd. Het feit dat in 16 dagen bijna 2.300 jongeren de bevraging hebben ingevuld, zie ik evenwel als een duidelijk signaal dat er iets moet veranderen. De bevraging liep van 19 februari tot en met 7 maart 2021. De resultaten worden momenteel geanalyseerd door de VGC-jeugdraad, met ondersteuning van de VGC-jeugddienst. Het rapport zal aan het College worden bezorgd en met de leden van de commissie worden gedeeld. In de bevraging werd gepeild naar het gevoel van de Brusselse jongeren bij politie, hoeveel keer ze in contact met de politie kwamen, hoeveel keer ze werden gecontroleerd of gearresteerd, of ze het gevoel hadden dat hun huidskleur daarbij een rol speelde, hun ervaringen met politiegeweld en de mate waarin ze over hun rechten en plichten werden ge\357nformeerd. Daarnaast werd ook hun mening gevraagd over suggesties om de relatie tussen politie en jongeren te verbeteren. -28- De bevraging was ge\357nspireerd op een soortgelijke bevraging van het Franstalige Jeunes. De bevraging gebeurde online, maar ook op straat, in het centrum van Brussel, in de omgeving van de Dansaertstraat, de Anspachlaan, het Muntplein, de Nieuwstraat en andere plekken waar jongeren komen. Het College zal dit initiatief uiteraard meenemen in zijn beleid. Zoals u weet, werkt de jeugdraad aan een standpunt rond de relatie tussen jongeren en politie in Brussel en heeft het in dat kader ook een panelgesprek georganiseerd. Dat document zal openbaar worden gemaakt en aan alle stakeholders worden overgemaakt. De VGC is niet rechtstreeks bevoegd voor de politie, maar kan wel een incubator of aanjager zijn. Zo ben ik zelf al weken met dat beleid bezig, in samenwerking met een politiezone en jongeren, om het vertrouwen tussen politie en jongeren op een structurele manier te versterken. Dat moet vanuit de politiezones en vanuit de jongeren komen, maar de VGC kan wel financiële ondersteuning bieden en als onzichtbare facilitator optreden. Het VGC-College engageert zich volledig om met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Meer nog: we zijn op dit ogenblik al met die problematiek bezig, in nauwe samenwerking met de jeugdraad. Zodra alles in zijn plooi is gevallen, zal ik daar meer toelichting over geven aan de Raad. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Ik heb in dit debat een aantal opmerkelijke zaken gehoord. Bij een jeugdraad en bij jongeren zien we vaak een vorm van activisme. Jongeren willen graag de wereld veranderen. Dat kan en mag, maar dat activisme moet goed worden omkaderd, zeker in een heel gevoelige discussie als deze. Er is verwezen naar een debat waarin \351\351n politieke partij werd uitgenodigd om haar standpunt uit de doeken te doen. Dat lijkt mij niet conform met het pluraliteitsprincipe en verengt het debat. Daarnaast moet het activisme een evenwichtig activisme zijn. Het mag niet ontaarden. Ik zeg niet dat dat gebeurt, maar vandaag zien we een pure tegenstelling, waarbij vanuit bepaalde hoek keer op keer wordt herhaald dat de politie uw vriend niet is en dat de politie moet veranderen, terwijl er in Brussel veel meer aan de hand is dan dat. Het is de rol van de politici om de werking van de politie waar nodig te verbeteren. Het is de verantwoordelijkheid van de politiek om de werking van de politie in de gaten te houden en waar nodig te verbeteren. Als een verboden betoging toch getolereerd wordt en uit de hand loopt, is de burgemeester daarvoor verantwoordelijk. We mogen deze discussie niet blijven verengen. Verder heb ik bedenkingen bij de wetenschappelijkheid van de studie. U zegt dat u met de resultaten aan de slag zult gaan. Bij dergelijke gevoelige discussies is het echter uitermate belangrijk om objectieve cijfers te hanteren. Anders ontstaat er een beeldvorming van tegenstellingen. De voorzitter: De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Het is positief dat er onderzoek gebeurt maar de wetenschappelijke ondersteuning ervan is pertinent. Dit debat werd al gevoerd met slechts \351\351n partij. Ik pleit ervoor om het debat over dit rapport verder te zetten zodat alle stemmen gehoord kunnen worden. Ik zou het ten zeerste betreuren als dit thema geclaimd wordt door een partij. -29- De heer Pepijn Kennis (Agora): Ik ben verheugd dat het College een brug vormt tussen de VGC-jeugdraad en de beleidsmakers en voor de nodige ondersteuning zorgt. Ik hoor graag meer over het aangekondigde project. Dit onderwerp sleept inderdaad aan en kwam al aan bod in de VGC-jeugdraad. Ik kijk daarom vooral uit naar de concrete veranderingen op het terrein. Mevrouw Els Rochette (one.brussel-sp.a): De heer Vanden Borre heeft het fout begrepen. Ik heb ons partijstandpunt tijdens de bewuste hoorzitting niet toegelicht. Het is echter geen geheim dat het initiatief voor de hoorzitting en de resolutie van mijn kant kwamen. Ik was samen met mevrouw Fadila Laanan rapporteur. In de plenaire zitting van 18 december hebben alle partijen de resolutie goedgekeurd, behalve de uwe. PTB-PVDA heeft zich onthouden. Ik heb dus de stem van de overgrote meerderheid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. In dat panel, waar ook de heer Jurgen De Landsheer aanwezig was, werd er een constructief debat gevoerd. Ik vind het fijn dat werd verwezen naar het onderzoek van , dat is ook tijdens de hoorzitting aan bod is gekomen. Naast de 2.300 jongeren wier stem vertolkt werd door de VGC-jeugdraad zijn er ook honderden jongeren die gehoord werden dankzij . De voorzitter: Mevrouw Els Rochette (one.brussel-sp.a): Ik was even tussengekomen voor een persoonlijk feit. Het is positief dat de samenwerking met Forum des Jeunes ervoor zorgt dat de mening van de Franstalige jongeren samen wordt gehoord met die van de Nederlandstalige Brusselaars. Ik kijk uit naar de structurele actie die eraan komt. Collegelid Pascal Smet: Mijnheer Vanden Borre, u verengt zelf het debat. U doet het uitschijnen alsof je alle politieagenten en jongeren over \351\351n kam scheert als je een opmerking maakt over de vertrouwensrelatie. Natuurlijk zijn er jongeren die geen respect hebben voor de politie. Er zijn ook agenten die zich niet gedragen zoals het moet. Het volstaat om in dialoog te gaan met jongeren van verschillende afkomst om te weten dat er soms problematische situaties ontstaan. Dat geeft de politie ook zelf aan. Ik kan het goed vinden met veel agenten en weet perfect wat er in deze stad leeft. Het is een genuanceerd verhaal. Samenleving, politiek \351n politie moeten hun verantwoordelijkheid nemen en een oplossing zoeken. De huidige realiteit mag niet ontkend worden. De politie is echter de veruitwendiging van de publieke macht en moet dus proportioneel kunnen optreden. Dat is het uitgangspunt van een rechtsstaat. Ik kijk uit naar een toekomstig debat over dit onderwerp. Ik weet echter uit ervaring dat problemen niet opgelost raken door ze de rug toe te keren. Daarnaast is de enqu\352te van de VGC-jeugdraad ook niet meer dan een enqu\352te: een belangrijk signaal maar slechts \351\351n element waar het College in het beleid rekening mee houdt. Ook de politie wordt gehoord. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Mijn partij en ikzelf waren ook vragende partij om de hoorzitting te organiseren. Dat werd unaniem goedgekeurd. Wat u zei is onjuist. Daarnaast heb ik voordien een hele reeks voorstellen geformuleerd. Nadien heb ik nog enkele voorstellen naar voren geschoven die niet weerhouden werden door de meerderheid. Laten we dus niet doen alsof ik geen werk heb verricht. Ik betwist het dan ook dat de verantwoordelijkheid voor de resolutie bij \351\351n persoon ligt. Tot slot,nog een opmerking Ik ontken niet dat het om een zeer gevoelig onderwerp gaat. Net daarom is het belangrijk om -30- over correcte objectieve informatie te beschikken. Er mag geen versterkt beeld gecreëerd worden. Voorzichtigheid is de boodschap en iedereen moet aan het woord komen. De voorzitter: Mijnheer Vanden Borre, uw punt is gemaakt. Laten we Mevrouw Els Rochette (one.brussel-sp.a): We hebben inderdaad samen aan de hoorzitting en de resolutie gewerkt. Er werden veel amendementen besproken, afgekeurd en goedgekeurd. Op het einde van dat proces heeft uw partij als enige in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement de resolutie niet goedgekeurd. – Het incident is gesloten. VRAGEN (R.v.O., art. 58) De infrastructuur-problemen in gemeenschapscentrum De Maalbeek Mevrouw Carla Dejonghe (Open Vld): geen naam vernoemd wordt, is het geen persoonlijk feit. Mijnheer het collegelid, gemeenschapscentrum De Maalbeek staat in Etterbeek bekend om zijn creativiteit en ruime aanbod aan socio-culturele en sportieve activiteiten voor een bijzonder breed doelpubliek,dat de diversiteit in de gemeente ten volle weerspiegelt. Vooral de voorbije maanden hebben ze enorme creativiteit aan de dag gelegd om in deze bijzonder moeilijke situatie hun werking voort te zetten. Dat geldt natuurlijk voor alle gemeenschapscentra. Het gebouwencomplex van het GC heeft echter al jarenlang te kampen met structurele problemen die Begin februari dit jaar werden er nieuwe scheuren vastgesteld in de asbestplaten in een van de plafonds. Een van de zalen kan daarom niet meer gebruikt worden. Hetzelfde probleem deed zich voor in de hoofdzaal die daarom ook gesloten moest worden totdat een gespecialiseerde firma de staat van het gebouw kan analyseren. Hoe is de situatie ondanks verscheidene alarmkreten zover kunnen ontsporen? De afgelopen jaren werden verschillende studiebureaus aangesteld en werden er verschillende plannen opgesteld. Deze voldeden echter niet altijd aan de behoeften van De Maalbeek en de buurtbewoners. De verschillende betrokken instanties schoven tijdens de consultatierondes telkens de hete aardappel telkens voor zich uit. Het resultaat is dat het gebouw in de Hoornstraat gesloten is. Het onthaal van het gemeenschapscentrum heeft men voorlopig in de cafetaria van de sporthal ondergebracht. Er worden nog oplossingen gezocht voor de andere diensten. Wat onderneemt u om de infrastructuurproblemen in GC De Maalbeek op te lossen? Welke stappen werden reeds gezet om in dialoog te gaan met de buurt omtrent de toekomst van de site? Zijn er nog zulke participatiemomenten gepland? Collegelid Pascal Smet: Tijdens de begrodat het entra ten gronde aan te pakken: Nekkersdal en De Maalbeek. Ik liet toen ook vallen dat het meer om een noodzaak dan -31- een keuze gaat. Zowel in Nekkersdal als in Maalbeek is de bouwfysische staat ondertussen verslechterd. Het is dus hoog tijd om in te grijpen. Sindsdien werden er scheuren in het plafond van de bovenzaal vastgesteld. De directie Gebouwen en Patrimonium stelde meteen een externe expert aan die de situatie ter plekke heeft geëvalueerd. Zijn advies was om de bovenzaal en de grote zaal te sluiten. Een onderzoek door een gespecialiseerde firma wordt momenteel gegund na een onderhandelingsfase, om de gehele staat van het gebouw te analyseren. De bovenzaal en de grote zaal werden meteen gesloten. De gebruikers, de partners en het lokaal bestuur werden meteen ge\357nformeerd. De Entiteit Gemeenschapscentra, de directie Gebouwen en Patrimonium en het gemeenschapscentrum gingen meteen aan de slag. Het onthaal werd tijdelijk ondergebracht in de cafetaria van de sportzaal. Samen met de gemeente werd er een lijst opgesteld met mogelijke locaties 9 maart 2021 werd er al een potentiële locatie bezocht op de hoek van de Oudergemlaan en de Generaal Lemanstraat. Dit pand beschikt over voldoende ruimte voor 2 vergaderzalen, 4 werkplekken en 1 onthaal. Het College is zich bewust van de precariteit van de situatie. Er wordt echter hard gewerkt aan een tijdelijke oplossing die aan de verwachtingen voldoet. Ondertussen wordt er ook gezocht naar een oplossing op lange termijn. In het kader van het investeringsplan 2021 moet het gehele College dan ook de nodige stappen zetten om de juiste programmakeuze te maken. De afgelopen jaren is er steeds dialoog gevoerd met vzw’s, de lokale gebruikers en de raad van bestuur. Zij zullen ook betrokken worden bij de uitwerking van verbouwingen of een nieuw gemeenschapscentrum. Daarnaast zal het College ook in dialoog gaan met het centrum, de buurt en de stakeholders. Daarnaast moet het College bij de goedkeuring van het investeringsplan de nodige programmatorische en bouwkundige keuzes maken. In ieder geval heeft het middelen uitgetrokken en de keuze gemaakt voor Nekkersdal en De Maalbeek als de twee prioritaire centra. Mevrouw Carla Dejonghe (Open Vld): U hebt het gezegd: De Maalbeek is inderdaad een noodzaak en het is belangrijk om daar zo snel mogelijk werk van te maken. De nieuwe infrastructuurproblemen waren voor de nieuwe centrumverantwoordelijke en het team een heel zure appel om doorheen te bijten, net ze nu een beetje konden beginnen denken aan heropstarten. Ik begrijp dat dit wat tijd zal vergen. Het is goed dat er een tijdelijke oplossing komt. Dank om verder de nodige stappen te zetten. De strijd tegen voedselarmoede op school Mevrouw Els -sp.a): In oktober 2020 hielden we hier een lange en boeiende discussie over de stijgende voedselarmoede in onze stad en de rol die scholen kunnen spelen in de strijd daartegen. Met deze vraag peil ik graag naar een stand van zaken. Want het is duidelijk dat de urgentie alleen toeneemt. Recente cijfers tonen aan dat de Voedselbanken in België in 2020 17 % meer maaltijden hebben verdeeld dan in 2019. De hoogste stijging deed zich voor in Brussel met een toename van 16,5 % op jaarbasis-32- werd aangekondigd dat de voedselbanken extra middelen krijgen omdat ze de vraag niet kunnen bijhouden. De drama’s achter die cijfers zijn onaanvaardbaar in een rijke stad als Brussel. In oktober zei u dat er een nieuwe enqu\352te gelanceerd werd over de armoedeproblematiek op scholen. U wou ook niet te lang studeren en snel met structurele oplossingen komen. Ik ben het daar volledig mee eens, ook al is deze problematiek complex en kostelijk. U hoopte na nieuwjaar verbeteringen op het terrein te kunnen aanbrengen en begin dit jaar een praktisch stappenplan en bijhorend budget te hebben. Ik besef dat deze problematiek de VGC ver overstijgt en dat u voor structurele oplossingen afhangt van de samenwerking met de andere niveaus. Toch herhaal ik ons pBrussels Nederlandstalig onderwijs in te zetten op gezonde warme maaltijden voor de leerlingen, die alvast gratis zijn voor wie het thuis moeilijk heeft. Heeft het collegelid al resultaten van de nieuwe enqu\352te? Ervaren de Brusselse scholen ook de effecten van de toegenomen voedselarmoede? Heeft het collegelid nog nieuwe informatie over welke scholen gratis maaltijden aanbieden? Welke stappen zet de VGC om werk te maken van de toegang tot gezonde voeding, warme maaltijden op school? Heeft het collegelid ondertussen een antwoord op de logistieke uitdagingen die dat met zich meebrengt? Maakt hij werk van een flexibel systeem waarbij niet per se alle scholen op dezelfde manier participeren? Welke ‘prijzenpolitiek’ wil hij hanteren? Welk budget maakt het collegelid vrij voor de strijd tegen voedselarmoede op school? Collegelid Sven Gatz: Wat betreft het antwoord op de eerste twee vragen, werden er 110 ingevulde bevragingen overgemaakt aan de Administratie en de responsgraad voor het basisonderwijs komt daarmee op 58,3 %, voor het secundair onderwijs op 45,2 %. Het spijt me, maar het was helaas nog niet mogelijk om alle gegevens van de enqu\352te te verwerken. Dat heeft ook te maken met de hoge responsgraad. We hebben nog enkele weken nodoen. In de enqu\352te werd er gepeild naar het aanbieden van gratis voeding op school, dat was toch zeker een van de elementen. We kunnen alvast zeggen dat 60 % van de scholen in het basisonderwijs die de enqu\352te hebben ingevuld, een of andere vorm van gratis voeding aanbieden op school. In het secundair onderwijs ligt dat iets lager, namelijk 35 %. Soms gaat het over alle leerlingen, soms alleen over leerlingen die er nood aan hebben vanwege een armoedesituatie. Soms gebeurt dat in de week. Bovendien gaat het niet in alle scholen over warme maaltijden. Het kan gaan over tussendoortjes, soep, ontbijt, boterhammen enz.. De bekostiging gebeurt door sommigen met de eigen werkingsmiddelen, anderen doen het via de bestaande subsidiekanalen, dat kan het gewest zijn of de VGC: de schoolonkosten voor kwetsbare gezinnen. Daarnaast zijn er ook projecten vanuit de inrichtende machten die zelf bijspringen voor hun scholen. Ik heb het dan vooral financiële tussenkomsten gebeuren vanuit de gemeenten en de OCMW’s. -33- Wat gaan we doen? Het hoeft geen betoog – we hoeven elkaar daar zeker niet van te overtuigen -dat voldoende en gezonde voeding voor elk kind iedere dag op iedere school een basisrecht is. We weten bovendien dat het bestrijden van voedselarmoede een belangrijke hefboom is in het kader van gelijke onderwijskansen, maar vooral in het kader van het goed kunnen leren. Het is een complexe problematiek en de dooddoener van de integrale en transversale aanpak is hier helaas van toepassing: verschillende beleidsniveaus en verschillende beleidsdomeinen dragen daarin verantwoordelijkheid en vanuit Onderwijs zijn we in gesprek met Welzijn, Gezondheid en Stedelijk Beleid om te kijken wat we beter samen kunnen doen. De VGC moet daarin zeker een rol spelen en wellicht een belangrijke rol, maar ook het Brussels Gewest, de gemeenten en de OCMW’s. We moeten kijken hoe we dat kunnen doen. Ik ga dus het Brusselse regeerakkoord ter hand moeten nemen, waarin staat: het bestrijden van voedselarmoede via ondersteunen van initiatieven van de gemeenschapscommissies, van de gemeenschappen, de gemeenten en basisonderwijs te voorzien in een gratis warme maaltijd op basis van gezonde biologische en lokale producten. Dat zal voor mij een leidraad zijn om de nodige oplossing te vinden. Op dit ogenblik werken we samen met het OCB en Samen tegen onbetaalde schoolfacturen! (STOS). Met de subsidielijn van 700.000 euro om onbetaalde schoolfacturen te kunnen opvangen, kun je zeker al een aantal noden ledigen. De bijkomende middelen die daar momenteel inzitten, gebeuren met de Covidmiddelen, dus met de extra vrijgemaakte middelen. Zowel vanuit het gewest als vanuit de Vlaamse overheid proberen we antwoorden te geven. We zullen natuurlijk -en daarmee kom ik bij uw laatste vraag -een definitiever antwoord moeten bieden want die Covidmiddelen zijn tijdelijk. In het beste geval komt er nog een budget voor de laatste episode van deze onzalige pandemie, maar dat is absoluut niet zeker. We zijn wel al begonnen met rekenen. Als we bv.rekenen op een gemiddelde 2 euro per leerling per dag met een gemiddelde van 250 leerlingen per school, dan is dat een kostprijs van 70.000 euro per school. U weet dat er ongeveer 200 scholen zijn, en dan spreken we nog maar over soep en boterhammen en niet over een volwaardige maaltijd ’s middags. Dat zijn natuurlijk enorme bedragen die we op een of andere manier ergens geheel of gedeeltelijk zullen moeten vinden. We kennen ook de proefprojecten in Antwerpen en de budgetten die daarvoor zijn uitgetrokken. Dat zijn heel forse bedragen die de VGC alleen niet kan dragen. Het uitrollen van een dergelijk project is zeker een financiële keuze waar het voltallige College achter moet staan. We zijn dat ook aan het bekijken in het globaal plan armoedebestrijding om definitieve keuzes te kunnen mak U zult me nog enige tijd moeten geven om te zien welk budget de VGC wil en kan vrijmaken vanaf volgend jaar en welke samenwerkingen kunnen we in het bijzonder met het gewest op touw zetten om de doelstelling van het Brusselse regeerakkoord te bereiken. Ik probeer de puzzel samen te leggen, maar ik besef dat het geen gewone puzzel is. De noodzaak om die kinderen echt vooruit te kunnen helpen met een warme maaltijd per dag is iets waarvoor ik absoluut een oplossing moet vinden, maar die ik op dit ogenblik nog niet heb. Het enige positieve is dat we met de Covidmiddelen en de initiatieven van de scholen daarop vandaag een voorlopig antwoord kunnen geven. Dit wordt absoluut vervolgd. Ik pieker en zoek verder om de juiste oplossingen en budgetten te vinden. Mevrouw Els Rochette (one.brussels-sp.a): Ik ben blij te horen dat u verder zoekt en u overtuigt me echt wel van het feit dat u alles in het werk wil stellen om daarvoor een oplossing -34- te zoeken. Ik begrijp dat er in Brussel een integrale en transversale aanpak nodig is. U lijkt me de aangewezen persoon om heel dat proces over het gewest en de gemeenten mee aan te sturen, als ik daarin eerlijk mag zijn, uiteraard met de andere collegeleden. Ik denk echt dat dat een te verantwoorden financiële keuze is die de Raad kan maken binnen het globale plan armoedebestrijding. Als alle kinderen ten minste elke dag hun maagje kunnen vullen met gezonde voeding, zal dat heel veel bijkomende problemen oplossen voor de gezinnen, voor de kinderen, voor de leerkrachten. Dat lijkt me een heel opportune keuze om de strijd tegen kinderarmoede in dit gewest aan te gaan. Ik kijk uit naar de volledige resultaten van de enqu\352tes. Ik begrijp dat dat nu nog niet mogelijk is. Dat vraagt uiteraard tijd. Ik kijk uit naar de verdere stappen die u gaat ondernemen en ik kom hier binnen enkele maanden nog eens op terug om te kijken hoever het daarmee staat. Laat maar weten als we u kunnen helpen of steunen want dit is echt belangrijk. ACTUALITEITSVRAGEN (R.v.O., art. 60) De tolkenondersteuning in scholen De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Collegelid Sven Gatz, we hebben gisteren vernomen in de media dat u 11.000 euro vrijmaakt voor tolkenondersteuning in scholen, in navolging van de aanbevelingen die voortkwamen uit de Ronde van Brussel, die we daarnet nog besproken hebben. Aan een voordeeltarief van 5 euro per uur kunnen scholen opgeleide tolken van vzw Brussel Onthaal inschakelen – ter plaatse, telefonisch en online – bij gesprekken met anderstalige ouders. Niet alleen de basis- en secundaire scholen, maar ook de Centra voor Leerlingenbegeleiding, het Volwassenenonderwijs en partners kunnen blijkbaar aanspraak maken op het voordeeltarief. Het doel is om de begeleiding van de leerlingen te verbeteren door de communicatie met de ouders te versterken. Ik ben het ermee eens dat de communicatie tussen de ouder en school enorm belangrijk is. Veel studies tonen aan dat ouderbetrokkenheid bij het onderwijstraject van een kind een enorm verschil maakt voor een succesvolle schoolcarri\350re. Maar ook andere taaloverbruggende instrumenten, zoals ondersteunend materiaal in eenvoudig en begrijpelijk Nederlands, kunnen helpen. Ik stel me de vraag of de overheid of de school voor de kosten van zo’n tolk moet opdraaien en of het niet een beetje een slecht signaal is tegenover de ouders. Die zullen misschien minder geneigd zijn om Nederlands te leren als we gewoon tegemoetkomen aan de situatie zoals ze is, dus het feit dat ze het Nederlands niet machtig zijn, en daar verder niets aan koppelen. De meest duurzame manier om dat probleem op te lossen en de betrokkenheid van de ouders in het Nederlandstalige onderwijs te verbeteren, is er natuurlijk voor zorgen dat de ouders Nederlands leren en spreken en dat ze in het Nederlands kunnen communiceren met het schoolbestuur en op die manier de schooltaal van hun kinderen machtig zijn en hen kunnen helpen bij hun schooltraject. Dat moet volgens mij de prioriteit zijn. Zo kan de beschikbaarheid van een tolk ook worden gekoppeld aan het volgen van bv.een inburgeringstraject. Dat is momenteel nog niet verplicht in Brussel. Dat zou het geval moeten zijn tegen de zomer, maar ik zal aan lid van het Verenigd College Alain Maron moeten vragen om dat op te volgen. Maar in het Vlaamse regeerakkoord is in een dergelijke ma -35- Welke taalinstrumenten worden op dit moment gebruikt om de communicatie tussen ouder en school zo vlot mogelijk te laten verlopen? Hebt u dit idee besproken met Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts? Zal u het terbeschikking stellen van tolken koppelen aan een maatregel die impulsen geeft aan de ouders om Nederlands te leren om te vermijden dat dit een soort van permanente situatie wordt om hen vooruit te helpen of om hen te verplichten op een of andere manier? 5 euro per uur is een gunstig tarief voor scholen gezien de hoge kostprijs van tolken. Hoe is het budget van deze maatregel, 11.000 euro, berekend? Waar gaat dat naartoe? Kan u wat meer zeggen over de kosten en wie wat betaalt? Collegelid Sven Gatz: Over het thema ouderbetrokkenheid hebben we het daarstraks nog gehad bij de bespreking van de Ronde van Brussel. Onze scholen hechten namelijk heel veel belang aan communicatie met ouders, en terecht, en zijn ook bereid om daarin te investeren. Met de VGC en het OCB hebben we de voorbije jaren zodanig expertise opgebouwd inzake die ouderbetrokkenheid en die communicatie. Er is niet een succesformule, we moeten verschillende instrumenten blijven inzetten om die communicatie tussen school en ouders te versterken. In die zin moeten we die tolkenondersteuning waarover het vandaag gaat binnen ons flankerend onderwijsbeleid als slechts een van de vele communicatie-instrumenten zien inzake ouderbetrokkenheid. Het antwoord op uw eerste vraag, zoals u weet, lanceerde het OCB in oktober 2020 een nieuw online platform communicatiemetouders.brussels. Het doel van dit platform is om scholen te helpen in de samenwerking en communicatie met ouders. Rekening houdende met onze grootstedelijke context krijgen schoolteams tips, informatiefiches, filmpjes en instrumenten om de communicatie met ouders te versterken. Bovendien kan iedere schootool gemakkelijk ook zelf materiaal ontwerpen zoals brieven, affiches, flyers en zo meer. We proberen daarbij toch de drempel voor scholen om aan daarmee aan de slag te gaan te verlagen. Daarnaast bestaat ook nog steeds het zakwoordenboekje ‘Duidelijk Nederlands op School. Hoe communiceer je met ouders? Tips voor Nederlandstalige basisscholen in Brussel’ van het Huis van het Nederlands. Deze gids bestaat uit 7 thema’s met tips om in duidelijk Nederlands te communiceren en dit bevat ook een lijst met veel gebruikte schoolwoordenschat, vertaald naar het Frans en het Engels. De 7 thema’s zijn: bezoek aan de school; inschrijvingsgesprek; infomoment, schoolpoortgesprek; algemene communicatie met ouders: oudercontact en dan ook helaas conflict- of slecht nieuws-gesprek. Het is de inzet van deze verschillende communicatie-instrumenten die leiden tot succesvol communicatieverkeer met ouders. Dan uw tweede vraag over de koppeling met het Nederlands. Dit alles neemt niet weg dat we ouders blijven Het Huis van het Nederlands in Brussel blijft natuurlijk onze natuurlijke partner. Wij hebben onlangs de samenwerking met hen uiteraard verdergezet voor ruim 1 miljoen euro voor de versterking van het leren en oefenen van het Nederlands, met bijzondere aandacht voor oefenkansen voor ouders van kinderen uit onze scholen. Daarnaast is er Brusselleer, het centrum voor Basiseducatie, dat een project heeft ‘Welkom in de klas’ en dat richt zich tot ouders van kinderen uit de kleuterschool en het eerste leerjaar. Op een vaste dag in de week komen ouders een half uur met hun kind meespelen in de klas. Brusselleer zette daarnaast ook het project ‘Mijn kind gaat naar school. Ik ook.’ op om daarmee dus de competenties van -36- kortgeletterde ouders kunnen ondersteunen. De laatste vraag in verband met budget voor dit tolkeninitiatief, hoe is dat gegaan? De berekening is als volgt gegeen overzicht van de aanvragen vanuit scholen over het jaar 2020. Op basis van die gegevens is berekend wat de kostprijs zou zijn indien de scholen 5 euro remgeld per uur zouden betalen. Dat is ons uitgangspunt geweest. Nu gaan we op basis van die inschatting met de VGC-Administratie de uitrol van dit project nauwgezet opvolgen. Indien zou blijken dat de ingeschreven middelen niet toereikend zijn, dan zullen we zoals steeds het budget moeten herbekijken. Maar op basis daarvan gaan we dit initiatief verder versterken. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Het is natuurlijk een instrument onder velen, maar ik denk dat dit toch sterk moet gekoppeld blijven aan die inzet om Nederlands te leren op termijn. U hebt niet geantwoord op mijn vraag of u daar met Vlaams minister Ben Weyts over gesproken hebt of dat er een bepaalde betrokkenheid is van de Vlaamse Gemeenschap. Nog een andere bijkomende vraag: u hebt zich gebberekend dat als zij 5 euro remgeld zouden betalen, dan komen we op 11.000 euro. Kan u misschien wat cijfers geven over die aanvragen in 2020 en vooral wat was dan het systeem voor de invoering van dit systeem voor scholen om beroep te doen op die tolken van Brussel Onthaal? Hoe werd dat voordien gefinancierd? Wat was de kostprijs om beroep te doen op die tolken enz… Daar had ik graag van u wat meer duidelijkheid over gehad. Collegelid Sven Gatz: Ik stel voor om de en de berekening van de toekomstige toestand schriftelijk aan de Raad te bezorgen. Het lijkt me een relevante vraag en we zullen dat zeker bezorgen, dan kan u zich daar een inzicht in vormen. Daarnaast is hierover geen contact geweest met Vlaams minister Ben Weyts. Er zijn verschillende contacten over verschillende elementen maar u weet dat elke schepen, want in deze ben ik dat een soort Vlaamse superschepen van Nederlandstalig onderwijs, ook flankerend onderwijsbeleid kan uitvoeren, zoals men bv. in Gent in latere gesprekken zeker aan bod komen. Maar hier is geen expliciete communicatie over geweest en ik wens nog eens te benadrukken dat wij de laagdrempeligheid met deze versterking van de tolken blijven koppelen -dat heb ik in mijn antwoord ook heel duidelijk gezegd -aan de aansporing, de aanmoediging van de ouders om het Nederlands ook te leren of op een of andere manier ook onder de knie te krijgen. De heer Gilles Verstraeten (N-VA): Ik kijk ernaar uit om schriftelijk verduidelijking te ontvangen, liefst ook een beetje becijferd: over hoeveel aanvragen ging het in 2020; hoe zat het systeem in mekaar; wat is de kostprijs; wat dekt die interventie van 11.000 euro – Het incident is gesloten. -37- De organisatie van jeugd- en sportkampen tijdens de paasvakantie De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Collegelid Pascal Smet, we meet againkunne we het deze keer wel eens geraken, want ik interpelleer u toch wel regelmatig om de toestand te kennen van jeugd- en sportkampen, die we in deze moeilijke tijden toch blijven organiseren voor onze ketjes in Brussel. En ook nu met de paasvakantie in het vooruitzicht wil ik u volgende vraag stellen. Op zondag 7 maart 2021werd het Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus Covid19 te beperkenterug aangepast. De basisregels voor sportactiviteiten zijn opnieuw gewijzigd. De voornaamste wijziging is dat wat voorheen kon met maximum 4 personen, nu kan met maximum 10 personen en buitenrsonen. Tijdens de paasvakantie mogen er in de buitenlucht dus weer sport- en jeugdkampen georganiseerd worden. Kinderen en jongeren tot 18 jaar kunnen dan op kamp met groepen van maximaal 25 personen. Dat is uiteraard uitstekend nieuws want een jaar gelejeugdwerkorganisaties hun geplande activiteiten, kampen en cursussen tijdens de paasvakantie annuleren om de verspreiding van het coronavirus in te dammen. Hoeveel sportkampen worden er in de paasvakantie georganiseerd en hoeveel zal de VGC-Sportdienst er organiseren? Hoeveel mensen kunnen deelnemen? Zijn er genoeg beschikbare plaatsen? Hoe ondersteunt de VGC jeugd- paasvakantie? Collegelid Pascal Smet: De VGC-Sportdienst organiseert 227 plaatsen zijn ondertussen ingevuld en er staan 41 mensen op de wachtlijst voor een sportkamp naar hun keuze en omgeving. Daarnaast organiseren 7 clubs en 1 gemeente 66 verschillende sportkampen die goed zijn voor een capaciteit van 1.080 plaatsen. Voor deze laatste hebben we geen zicht of deze al dan niet volzet zijn. Daarnaast organiseert Aximax 11 vakantieateliers voor 173 kinderen. Er is nog 1 plaats beschikbaar en er staan heel wat kinderen op een wachtlijst. Daar kom ik straks op terug. In vergelijking met 2019 is de capaciteit met 10 % toegenomen, in vergelijking met 2018 met bijna 20 %. De gemeenschapscentra organiseren 45 speelweken voor 819 kinderen. Er zijn nog 114 plaatsen beschikbaar maar er staan tevens 113 kinderen op een wachtlijst voor een speelweek naar hun keuze en omgeving. Vooral in regio Ganshoren, Koekelberg, Jette en de Stad Brussel. Ook daar is het aanbod er een verdubbeling t.o.v. 2018. De wachtlijsten moet je steeds met de nodige reserves aanzien. We weten dat er steeds annuleringen als die vol is, er wel nog op een andere locatie of week plaats kan zijn. -38- We weten ook dat sommige kinderen op verschillende wachtlijsten geen absolute cijfers zijn. De ervaring leert dat de wachtlijst tegen de start van de sport- of andere kampen als verdwijnt. Op dit moment van de capaciteit marge is. De VGC-Sportdienst ondersteunt organisaties zowel financieel, inhoudelijk als logistiek, voor de organisatie van de sportkampen. Daarnaast helpt de Sportdienst de organisaties bij de zoektocht naar lesgevers. Naast de subsidies voor het sportief vakantieaanbod, onvakantieateliers en speelweken voor kinderen en jongeren in het kader van het jeugdbeleid. De initiatieven in de paasvakantie kunnen, zoals de vakantie-initiatieven tijdens andere schoolvakanties, beroep doen op deze subsidies. Vanuit de jeugdsector geen signalen ontvangen rond bijzondere noden ten aanzien van de paasvakantie. Uiteraard mochten die signalen er komen dan beantwoorden we daaraan. De jeugd- en sportsector tonen daarmee nogmaals aan dat het wendbare sectoren zijn waar het belang van spelen en bewegen voor en door kinderen en jongeren primeert. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): U heeft een aantal cijfers geciteerd. Het is moeilijk om daar nu een totaalbeeld van te berekenen. Ik heb er een aantal genoteerd, maar we weten niet hoeveel het totaal aantal plaatseMisschien kan u dat nog even kort meedelen? Ten tweede, u zegt dat de capaciteit stijgt doorheen de jaren. Dat is een zeer goede zaak. Ik denk dat we dat verschuldigd zijn aan onze jongeren en kinderen; dat we hen een leuke spelweek kunnen gunnen in de vakantie; dat zij terug hun vriendjes kunnen zien en ontspannen, even de beslommeringen achter zich kunnen laten. Dat spreekt voor zich. Ik heb nog een bijkomende vraag. U spreekt van 7 sportclubs en 1 gemeente. Over welke gemeente gaat het? En waarom slechts 1 gemeente en geen 19 gemeenten? Kan u hierover bijkomende duiding geven? Collegelid Pascal Smet: We zullen de juiste cijfers overmaken. Als we de cijfers optellen: 264 plus 1.080 plus 173 plus 819, dan krijgen we een aantal van 2.336. We moeten daar een beetje oppassen omdat we met weken en mensen werken.Ik zal de juiste cijfers overmaken. Waarom slechts 1 gemeente? Het College verleent subsidies aan gemeenten die ze aanvragen, maar het initiatief moet wel van de gemeenten komen. vraagt, kunnen we maar aan 1 gemeente een subsidie geven. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Cijfergegevens bieden altijd een handig chronologisch overzicht. Ik hoop dat we de goede richting uitgaan. Meer plaatsen creëren zou uitstekend zijn. Het is toch opvallend dat er maar 1u om alle Nederlandstalige schepenen opnieuw attent te maken op het aanbod, zodat elke -39- gemeente minstens een Nederlandstalig sportkamp kan organiseren? Dat lijkt me zeker in deze tijden het minste wat de VGC kan ondernemen. Collegelid Pascal Smet: Bij het volgende overleg zullen we deze aangelegenheid op de agenda plaatsen. – – -40- Commissievergaderingen – verslagen Commissie voor Onderwijs en Vragen om uitleg INTEGRAAL VERSLAG – Stuk 772 (2020 -2021) – Nr. 1 Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport van 23 februari 2021 Hoorzitting Level 5, Jubilee, Permanent, Engagement en individuele kunstenaars SAMENVATTEND VERSLAG – Stuk 773 (2020-2021) – Nr. 1 Commissie voor Algemene Zaken, Financiën & Begroting en Stedelijk beleid van 2 maart 2021 Voorstel van resolutie betreffende het verhelpen aan de aanhoudende taaldiscriminatie in de benoemingen bij gemeenten en OCMW’s in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad SAMENVATTEND VERSLAG – Stuk 768 (2020-2021) – Nr. 2 Commissie voor Algemene Zaken, Financiën & Begroting en Stedelijk beleid van 2 maart 2021 Vraag INTEGRAAL VERSLAG – Stuk 774 (2020-2021) – Nr. 1 Schriftelijke vragen – Indiening Er werden schriftelijke vragen ingediend door mevrouw Bianca Debaets. -41- TREFWOORDENREGISTER Actualiteitsvragen Zie – De organisatie van jeugd- en sportkampen tijdens de paasvakantie De evaluatie van de Ronde van Brussel, blz. De , blz. 30 De organisatie van jeugd- en sportkampen tijdens de paasvakantie, blz. 37 De strijd tegen voedselarmoede, blz. 31 De toekomst van het immersieonderwijs in het Brussels Franstalig onderwijs, blz. 20 De tolkenondersteuning in scholen, blz. 34 De vaccinatiecampagne, blz. 3 De voorlopige resultaten van de steekproef van de VGC-jeugdraad, blz. 25 Het project Samen naar School, blz. 23 Samengevoegde vragen om uitleg Zie – De evaluatie van de Ronde van Brussel De vaccinatiecampagne Vragen Zie – De Vragen om uitleg Zie – De toekomst van het immersieonderwijs in het Brussels Franstalig onderwijs de VGC-jeugdraad