STUK 745 (2019-2020) Nr.1

Verslag Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport van 14 januari 2020

745 (2019-2020) Nr.1 VLAAMSE GEMEENSCHAPSCOMMISSIE DE RAAD ZITTING 2019-2020 14 JANUARI 2020 INTERPELLATIE Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport van dinsdag 14 januari 2020 INTEGRAAL VERSLAG Hebben aan de werkzaamheden deelgenomen: Vaste leden: mevrouw Lotte Stoops, voorzitter, mevrouw Carla Dejonghe, mevrouw Hilde Sabbe, de heer Mathias Vanden Borre 1613 2 – INHOUD 1. Regeling van de werkzaamheden 2. Interpellatie (R.v.O., art. 61, 8) – Interpellatie van de heer Mathias Vanden Borre tot de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, communicatie van de gemeenschapscentra 3 – 1. Regeling van de werkzaamheden De voorzitter: Tot op heden heb ik geen voorstellen voor studiebezoeken of hoorzittingen ontvangen van de commissieleden. Ik stel voor dat we de kunstenwerkplaats in het vroegere gebouw van Actiris gaan bezoeken. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Misschien is het beter eerst alle voorstellen te verzamelen en deze samen te bespreken. Collegelid Pascal Smet: Ik zal ook eens nadenken over een mogelijk studiebezoek. De voorzitter: Ik stel voor dat de commissieleden tegen de volgende Commissie voor Cultuur, Jeugd en Sport voorzitter en de commissiesecretaris. 2. Interpellatie (R.v.O., art. 61, 8) Interpellatie van de heer Mathias Vanden Borre tot de heer Pascal Smet, collegelid bevoegd voor Cultuur, Jeugd, Sport en Gemeenschapscentra, betreffende het gebruik van boodschappen in de communicatie van de gemeenschapscentra De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Uiteraard de beste wensen aan iedereen. van de gemeenschapscentra. Bij het doornemen van de laatste editie van het maandblad De Vijfhoek van gemeenschapscentrum De Markten (jaargang 43, nr. 10), stelde ik op de laatste colofon. Het gaat om het logo van Hart Extreem-. Nagenoeg in alle edities van dit jaar vinden we hetzelfde logo en dezelfde boodschap terug. Op 28 maart 2017 stelde mijn collega Cieltje Van Achter hierover reeds een vraag. Ik vind het thema eveneens belangrijk en deel haar standpunt. Hart boven Hard is een politieke drukkingsgroep waar veel (extreem)linkse organisaties achter zitten, vakbonden en andere zuilen. Het begrip colofon is ontleend aan het Griekse woord , dat onder meer ‘slotstuk’ betekent en toont wie er allemaal aan de uitgave van het betreffende werk hebben meegewerkt. Dat deze organisaties aan dit gemeenschapsblad, een vorm van overheids-communicatie, zouden hebben meegeschreven, is op zijn minst opmerkelijk. Overheidscommunicatie is elke boodschap, bestemd voor het publiek of delen ervan, die uitgaat van overheidsinstanties, ongeacht wat de doelstellingen ervan zijn en de kanalen die ervoor werden gebruikt en ongeacht of de overheidsinstantie daarvoor samenwerkt met derden. Overheidscommunicatie moet politiek neutraal gebeuren. Neutraliteit betekent dat je dienstverlening neutraal is en als neutraal ervaren wordt. Dat wil zeggen dat je in gelijke leveranciers op dezelfde, objectieve manier behandelt, 4 – ongeacht je persoonlijke voorkeuren. Dat betekent ook dat je geen onderscheid maakt op basis van de persoonlijke kenmerken van personen. De VGC is de inrichtende macht van de gemeenschapscentra. Ze stelt een gebouw, personeel en werkingsmiddelen ter beschikking, en biedt ondersteunende diensten aan, onder andere voor de maandbladen. gepubliceerd in het maandblad De Vijfhoek? Wat was de aanleiding voor die publicatie? Wie gaf de opdracht om het logo van Hart boven Hard te publiceren? Wie gExtreem-rechts. Nee, te publiceren? Hebben deze organisaties meegeschreven aan deze bladen? gemeenschapscentra? In bevestigend geval, wat zijn de afspraken/voorwaarden waar de gemeenschapscentra aan moeten voldoen? Zijn er andere publicaties van de VGC en/of gemeenschapscentra waarin uitdrukkelijk politieke boodschappen zijn opgenomen? Zo ja, hoe zal het College het principe van neutraliteit van overheid(scommunicatie) bewaken? Mevrouw Hilde Sabbe (one.brussels-sp.a): In afwachting van het antwoord wil ik alleen maar zeggen dat ik dit een treurige manier vind om aan politiek te doen. Ik dacht dat wij hier allemaal zaten om het voor de burger beter te maken en het focussen op dit soort kleinigheden vind ik een absoluut miniaturen van wat de politiek eigenlijk zou moeten zijn. Het ademt ook een sfeer van wantrouwen uit waarbij men publicaties afspeurt naar mogelijke volksvijandige of wat dan ook . Dit doet me denken aan censuur. Ik vind dit een heel akelige sfeer. Hart boven Hard is bij mijn weten geen politieke beweging, maar een breed gedragen burgerplatform. Ik heb het vooral lastig met de sfeer waarin deze vragen worden gesteld. Ik denk dat er voor politici veel dringendere aangelegenheden zijn dan speuren naar wie er allemaal in de colofon van de blaadjes van de gemeenschapscentra staat. Mevrouw Lotte Stoops (Groen): Het is duidelijk dat er geen plaats kan zijn voor partijpolitiek. Maar politeia komt, net zoals colofon, uit het Grieks en betekent het deelnemen aan de burgermaatschappij. Burgerinitiatieven belijden duidelijk effectief politiek. Je kan moeilijk stellen dat je als gemeenschapscentra wil samenwerken met burgerinitiatieven, met burgers, dat je je wil openstellen, een verbindende functie wil vervullen, dat je buurtopbouwend wil werken, maar dan zelf wel wil bepalen wat hun inspraak is. Het is belangrijk een goed evenwicht te vinden tussen de autonomie van de gemeenschapscentra en het feit dat de gemeenschapscentra onderdeel zijn van een vast geheel dat gesubsidieerd wordt door de VGC, die daarmee ook wat spelregels mag bepalen. Deze regels zijn vastgelegd in de verordening over de organisatie van de gemeenschapscentra en de convenanten tussen de VGC en de gemeenschapscentra. Hiermee wordt een kader gecreëerd en dat kader moet duidelijk zijn voor de medewerkers van de gemeenschapscentra, maar het is belangrijk dat binnen dit kader de gemeenschapscentra wel een zekere vrijheid krijgen om hun keuzes te 5 – maken wat betreft de organisaties en initiatieven met wie zij moeten samenwerken of sympathiseren. De gemeenschapscentra moeten de autonomie krijgen om hun rol te spelen op het eigen lokale niveau. Als voorbeeld werd gemeenschapscentrum De Markten genomen. Ik weet niet of u het nieuwe cultuurbeleidsplan van de Stad Brussel hebt gelezen. Hierin staat dat er heel duidelijk wordt ingezet op juist unusual suspects en dat men met witruimtes de openbare ruimte wil opentrekken om ontmoeting en inspraak te bevorderen. Ik denk dat het voor de Brusselse socio-culturele wereld de te volgen lijn zal moeten zijn. Hoe meer samenwerkingen, hoe beter. Hoe diverser, hoe beter. Collegelid Pascal Smet: Ik zou kunnen verwijzen naar het antwoord dat ik destijds aan mevrouw Cieltje Van Achter heb gegeven. De bladen van de gemeenschapscentra zijn overheidspublicaties omdat zij vanuit een gemeenschapscentrum komen dat 100 % gefinancierd wordt door de VGC. Bijgevolg vallen ze onder de algemene regelgeving. Dat betekent, en dat is ook vastgelegd in een verordening, dat er geen partijpolitieke communicatie mag gebeuren. Als dat toch wordt opgenomen in het gemeenschapsblad moet dit voor alle politieke partijen hetzelfde zijn. Dit is de afspraak die hierrond bestaat. De heer Mathias Vanden Borre heeft op 1 punt gelijk. Hart boven Hard en Extreem-rechts. hadden beter niet in de colofon gestaan omdat deze organisaties niet meewerken aan de redactie van het gemeenschapsblad. s anders. Dat is een keuze die de raad van bestuur bestuur van het gemeenschapscentrum oordeelt dat zij burgerinitiatieven zoals bv. Hart boven -rechts opnemen, is er – bij mijn weten – geen formele reden of regel die dat verbiedt. Dat is duidelijk. Het is dubbel want wij hebben de houding aangenomen dat er een redactionele vrijheid is. We hebben ook de houding aangenomen dat er inhoudelijk een grote vrijheid is voor de de VGC gecompliceerd om nu te zeggen wat een gemeenschapscentrum wel of niet mag doen want dan kom je in een soort voogdijregeling of in een soort censuur terecht. Als de vraag aan mij is: verbied dat, ben ik niet geneigd dit te doen als het de wil van het gemeenschapscentrum is. Ik vind wel dat we een debat moeten kunnen aangaan met alle gemeenschapscentra over de inhoud enz. van hun bladen. Dit is trouwens ook al voorzien, los van de voorliggende interpellatie. Samengevat laat ik weten dat de inhoud niet door de VGC wordt beslist, maar door de raad van bestuur van de gemeenschapscentra. De nuance die de commissievoorzitter heeft gemaakt over partijpolitiek is iets anders, maar is op zich ook niet uitgesloten. Dit kan enkel als alle politieke partijen gelijk worden behandeld. 6 – t gemeenschapscentra ook burgerinitiatieven zijn, is het niet wenselijk om daar vanuit de overheid een inhoudelijke controle op toe te passen. Tot slot ben ik het eens met commissielid Hilde Sabbe dat er in het leven van de gemeenschapscentra en in het leven van de stadsbewoners nu wel andere zaken zijn die dringender zijn dan al of niet een logo van een burgerinitiatief in het blaadje van een gemeenschapscentrum zetten. Maar het is het volste recht van een raadslid om daar vragen over te stellen. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Laten we beginnen bij de bedenking dat het misschien een te futiel thema is om aan te kaarten. Ik ben het daar niet mee eens. Zo zijn er natuurlijk nooit themas die te futiel zijn om op de agenda te plaatsen. Integendeel, soms zijn het dagdagelijkse discussies die bij de burger het meest leven. Ik voel me niet gemachtigd om hierover te oordelen. Over dit onderwerp zijn er wel degelijk al vragen tot bij mij gekomen. Er zijn mensen die zich eraan storen. Collegelid Pascal Smet: Ik krijg die vragen niet. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Burgerinitiatieven is een catch-all bepaling tegenwoordig. De catch-all bepaling voor burgerinitiatieven is een beetje een dooddoener. Zeker als je duidelijk ziet dat die organisaties toch wel duidelijk politieke doelstellingen hebben en daar ook voor uitkomen. Deze burgerinitiatieven hebben echt wel een politieke agenda. Het volstaat voor mij niet om het zomaar te beschouwen als een burgerinitiatief en dat ze daardoor het recht verwerven om als onafhankelijke organisatie ervaren te worden. Ze zijn dat zeker niet. Aangezien het collegelid zegt dat het niet thuishoort in de colofon vind ik dit toch al een duidelijk signaal dat door de gemeenschapscentra en de raden van bestuur aanvaard moet worden. Ik sluit me aan bij de uitspraak dat het toch niet gepast was om het logo in de colofon te plaatsen. De essentie is dat die organisaties net zoals elke andere organisatie gelijk worden behandeld. Ik denk dat dat de bottom line is in deze. Dat er geen enkel onderscheid meer wordt gemaakt tussen organisaties en over hoe dat ze zullen verschijnen in de bladen. Ze moeten allemaal dezelfde kansen krijgen en dezelfde voorwaarden en regels respecteren. Ze kunnen geen gratis publiciteit voeren in een maandblad dat overheidscommunicatie is. Ik stel hier het neutraliteitsbeginsel voorop. Ik juich toe dat er over gedebatteerd kan worden. Ik overweeg om, als ik dit in toekomst blijf vaststellen – ik geef het wel een kans – het probleem voor te leggen aan de Vlaamse Ombudsdienst. Mevrouw Hilde Sabbe (one.brussels-sp.a): Ik begrijp gewoon niet dat men in een dergelijke sfeer leeft en dat er mensen zijn die zich druk maken over een naam van een burgerbeweging in een colofon. Dit gaat mijn begrip te boven. Mevrouw Lotte Stoops (Groen): Het idee dat het vroeger door de vingers werd gezien, volg ik niet. Ik denk eerder dat deze organisaties in de colofon zijn terechtgekomen omdat ze eerder 7 – hebben meegewerkt in het gemeenschapscentrum. Er is ruimte voor burgerinitiatieven binnen het werken in gemeenschapscentra. Ik weet nog uit mijn tijd bij dat wij via het gemeenschapscentrum een plek kregen waardoor ook de rest van de gemeenschap de initiatieven kon leren kennen. Dit was een belangrijke manier om te kunnen communiceren met de buurt. Ik ga ervan uit dat als je meeschrijft aan een artikel, je kan worden opgenomen in de colofon. Hart boven Hard zal wel, in de tijd dat ze zeer actief waren, meegewerkt hebben aan de werking van het gemeenschapscentrum. Ik denk dat ze op deze manier toen in de colofon zijn geraakt en dat men ze er vergeten uit te halen is. Ik ondersteun het collegelid in zijn tussenkomst over het niet colofonwaardig zijn. Het is inderdaad overheidscommunicatie, maar als de overheid zegt dat een gemeenschaps-centrum een blad kan uitgeven om aan buurtversterkend werk te doen en als zij dan in hun blad ruimte geven aan buurtinitiatieven, wie zijn wij dan om te bepalen wat de agenda van dergelijk burgerinitiatief is? Dat gaat toch niet. Er zijn burgerinitiatieven op alle niveaus met elk hun eigen agenda. Wij als politici moeten horen, luisteren en nagaan hoe kan worden samengewerkt met de burgers, en niet andersom. De heer Mathias Vanden Borre (N-VA): Dat er mensen meeschrijven aan een gemeenschaps-blad is normaal en dat is goed. Dat mensen dan bij naam worden genoemd in de colofon en dat deze mensen soms in meerdere organisaties actief zijn, begrijp ik en hiermee ben ik akkoord. Maar een logo is duidelijk een andere vorm van communiceren, vind ik. De voorzitter haalt een aantal burgerinitiatieven aan. Ze hebben allemaal hun reden om te bestaan, maar ik vind niet dat we ideologisch blind moeten zijn. Er zijn ook andere politieke spectra. Stel bv. dat extreemrechtse organisaties plaatsen in gemeenschapsbladen. Ik kan me de verontwaardiging van het verschijnen hiervan in de colofon al voorstellen. We moeten hiermee toch oppassen. Iedereen gelijk voor de wet. Naam en toenaam vermelden is absoluut geen enkel probleem, maar logos vind ik daar niet gepast. ____________